De Koude Oorlog. Een nieuwe geschiedenis
De Koude Oorlog. Een nieuwe geschiedenis

Yvan VANDEN BERGHE, De Koude Oorlog. Een nieuwe geschiedenis. (1917-1991). M.m.v. Doeko Bosscher en Rik Coolsaet. Leuven-Voorburg, 2008. ACCO. 526 blz.
Deze vijfde editie is een heel grondig herwerkte en aangevulde versie van deze van 2002. De eerste editie verscheen in 1987 onder de titel ‘Zeventig jaar Koude Oorlog. 1917-1987’. Vorige edities van dit standaardwerk werden vertaald in het Frans, het Tsjechisch, het Russisch en het Duits.
Yvan Vanden Berghe is erin geslaagd de overweldigende wetenschappelijke literatuur van de laatste jaren te integreren in deze nieuwe editie en het verhaal aan te passen aan de resultaten van het meest recente archiefonderzoek. Doorheen de jaren is blijkbaar het inzicht gegroeid in het besluitvormingsproces in de voormalige communistische landen en in het ontstaan en verloop van talrijke crises en Evenementen. Vooral het openstellen van de archieven in de ex-communistische landen speelde daarbij een grote rol.
Opvallend is dat de auteur de oorsprong van de Koude Oorlog - terecht – terugvoert tot 1917, toen de ideologische tegenstelling de geopolitieke rivaliteit tussen de twee staten van continentale omvang, die al van diep in de 19de eeuw bestond, nog verscherpte. Precies zoals de liberale ideeën slechts ernstig werden genomen vanaf het moment dat ze vereenzelvigd konden worden met de macht van Frankrijk (1789), zo werden de marxistische ideeën pas als dreigend ervaren vanaf het ogenblik dat ze verbonden raakten met de macht van de Russische staat (1917). De auteur vangt zijn verhaal aan bij gebeurtenissen uit het interbellum (1918-1939) en de Oost-Westspanningen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vervolgens wordt de periode van 1945 tot 1991 uitgebreid belicht.
Yvan Vanden Berghe verdient een eresaluut: zijn geschiedenis van de Koude Oorlog kan in het Nederlandse taalgebied terecht beschouwd worden als hét standaardwerk. Het feit dat hij de klassieke benadering van de middellange termijn doorbreekt en ruim aandacht geeft aan de historische wortels van het conflict (bolsjewistische machtsname in Moskou en interbellum) is al een signaal dat de auteur veel belang hecht aan de context waarin de Koude Oorlog is ontstaan en zich ontwikkeld heeft.
Tweede indicatie is dat Yvan Vanden Berghe gekozen heeft voor een evenwichtige benadering van de problematiek: hij herschrijft de geschiedenis niet door de Koude Oorlog te presenteren vanuit het standpunt van één van de betrokken partijen, zelfs niet louter vanuit het perspectief van beide antagonisten, maar integendeel zeer genuanceerd ook de inbreng en het lot van de ‘mindere goden’, de middelgrote en kleine landen, te integreren.
Derde vaststelling: in dit historisch relaas wordt zeer veel plaats ingeruimd voor de uitdeining van de Koude Oorlog, met andere woorden voor de rampzalige impact van het conflict-van-de-giganten op de derdewereldlanden. De schaamteloze militarisering van de derde wereld door beide supermachten heeft de duurzame ontwikkeling van die landen-in-ontwikkeling grondig verstoord. Zo werden het voor de derde wereld decennia van ‘waste’, van verspilling van middelen, kapitalen, energie en vooral van generaties mensen. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de Koude Oorlog nog doorwerkt tot op heden in de scherpe, mondiale ongelijkheid, een kloof die door de globalisering nog wordt verdiept. De ‘langetermijnbeschadiging’ wordt door deze brede visie van Vanden Berghe perfect duidelijk voor de lezer. De Sovjet-Unie was dus niet de enige verliezer van de Koude Oorlog…
Vierde vaststelling: Yvan Vanden Berghe beseft hoe ook interne verhoudingen een belangrijke rol hebben gespeeld: de heksenjacht ten tijde van Joseph McCarthy, de nefaste rol van de neoconservatieven in het aanzwengelen van de wedloop-in-kernwapens… in de VS, de indrukwekkende impact van de dissidenten in de SU, van figuren als Ducek en Havel in het Oostblok krijgen veel profiel.
In 2006 verscheen de Nederlandse vertaling van John Lewis Gaddis’ Koude Oorlog. Het kreeg meteen enorm veel aandacht in de media. Als je dat boek vergelijkt met De Koude Oorlog van Yvan Vanden Berghe blijkt ten volle hoe waardevol, evenwichtig en betrouwbaar de studie van de Vlaamse emeritus hoogleraar is. Zijn brede visie, zijn professionele correctheid en zijn indrukwekkende expertise hebben gezorgd voor een publicatie-van-hoog-niveau. De doelgroep van de auteur is het grote publiek. Hij slaagt er dan ook in een meeslepend verhaal te brengen, in combinatie met subtiele, genuanceerde duiding. En hij heeft er zich wel voor behoed de vlotte lectuur te verstoren door voetnoten. Wel brengt hij na elk hoofdstuk een selectieve bibliografie, waarbij recente studies een ruime plaats innemen. De uitgever heeft de inspanningen van de auteur gerespecteerd door zelf aan de vormgeving van deze editie heel wat zorg te besteden. Dat is opvallend in vergelijking met de vorige edities, zeker in verband met de integratie van én de druktechnische zorg besteed aan de frappante zwartwit foto’s.
Deze editie wordt afgesloten met een hoofdstuk De Koude Oorlog in Europees perspectief. Hierin zijn bijdragen geïntegreerd van respectievelijk Rik Coolsaet en Doeko Bosscher. Rik Coolsaet besteedt een twintigtal bladzijden aan België in de Koude Oorlog, Doeko Bosscher iets minder aan Nederland in de Koude Oorlog. De lectuur van beide essays leidt tot verrassende vaststellingen. De bijdrage van Rik Coolsaet leest als een trein én boeit van de eerste tot de laatste bladzijde. Ongetwijfeld is dat het resultaat én van de expertise en het stilistisch talent van de UGent-professor, maar zeker ook van het feit dat België in de Koude Oorlog inderdaad een waardevolle inbreng heeft gehad. Coolsaet toont aan dat de Belgische politieke wereld niet zomaar kan afgedaan worden als een ‘meelopertje’, volgzaam en gedwee in de pas lopend met grote broer Amerika. De bladzijden over de rol van Paul-Henri Spaak en vooral van Pierre Harmel illustreren dat in ‘Brussel’ een zelfstandige analyse van de wereldsituatie werd gemaakt en dat figuren-van-formaat ook een oorspronkelijke opstelling hadden ten aanzien van het wereldconflict en ernaar streefden op een creatieve wijze openingen te maken, nieuwe inzichten aan te dragen, wegen te zoeken om de spanningen te reduceren. De bladzijden over Pierre Harmel zijn beklijvend. Het is aangewezen niet te denken aan het formaat van de huidige generatie politici … Feitelijk zou in het secundair onderwijs expliciet aandacht moeten gegeven worden aan de inbreng van België - hoe gering ook, toch betekenisvol - in de wereldpolitiek van die decennia.
Je begint dan vol verwachting aan de lectuur van de bijdrage van Doeko Bosscher … Het atlanticisme van Jozef Luns kan nauwelijks boeien. Met het buitenlands beleid van Nederland in deze periode zit je op een eindeloze autostrade in een vlak landschap. De auteur gebruikt de beschikbare ruimte dan ook vooral om te wijzen op binnenlandse toestanden en politieke krachtmetingen. Jammer, maar deze bijdrage vormt een anticlimax in een overigens voortreffelijk boek
Hugo Van de Voorde