De Belgische koningen

terug Recensies_47.html
 

V. Dujardin, V. Rosoux ed. Leopold II ongegeneerd genie? Buitenlandse politiek en kolonisatie, Tielt: Lannoo, 2009.


J. Velaers, Albert I : koning in tijden van oorlog en crisis, Lannoo: Tielt, 2009.

2009, Eeuwfeest van het koningsjaar 1909




2009 had het eeuwfeest van Belgisch-Congo moeten worden. Ondanks merkwaardig genoeg vanuit socialistische hoek pogingen daartoe werden ondernomen, bleef elke viering of officiële herdenking uit. Wel gaven de historici ruime aandacht aan het onlosmakelijk met die geschiedenis verbonden personage van Leopold II. Die stierf in december 1909 en een keur aan historici doet hem eer aan door genuanceerd na te denken over de historische betekenis van de tweede koning der Belgen. Zijn opvolger Albert I, niet minder een figuur van internationale allure, kreeg slechts van één historicus aandacht in dit eeuwfeest van zijn troonsbestijging, maar het betreft dan ook een kanjer van een boek dat in omvang de verzamelstudie rond Leopold zelfs overtreft.


Uiteraard kan een bundel opstellen zoals Leopold II ongeneerd genie? niet anders dan thematisch zijn ingedeeld. De biografie van Albert van de hand van rechtshistoricus Jan Velaers houdt een strikt chronologische lijn aan.


De nadruk in het Leopoldboek ligt op de buitenlandse politiek van de koning en de herdenkingspolitiek en controverse in literatuur, kunst en diplomatie na zijn dood. Koning Leopold trad doortastend op in 1870 en hield met Britse hulp België uit de Frans-Duitse oorlog die op een boogscheut van de grens, bij Sedan, werd beslecht. Leopold had een aangenaam gesprek met de Duitse kanselier Bülow op 28 januari 1905, maar het effect ervan werd helemaal ongedaan gemaakt door keizer Wilhelm, voor wie de antimilitarist Leopold een diepe minachting had. Leopold, de vestingbouwer van Antwerpen, een antimilitarist? Wel degelijk: bovenal was hij een zakenman, met een grondige belangstelling voor economische aardrijkskunde. Interessant is dan ook de aanbreng van Jan Vandersmissen, die aantoont hoe een handig gebruik van het begrip neutraliteit Leopold in staat stelde zelfs antikoloniale liberalen als E. de Laveley voor zijn karretje te spannen. Leopolds diplomatieke taal stond in fel contrast tot de nationalistische van Savorgnan de Brazza, de vader van Frans-Congo, zijn eerste rivaal in Congo. Later werden de Britten in Katanga en de Duitsers in Kivu rivalen en de Fransen bondgenoten. Hoewel Francis Balace waarschuwt voor de mythe die de Grote Oorlog rond de Fransgezindheid van Leopold zal creëren.


Veel aandacht in het werk van Velaers gaat naar de geheime oorlogsdiplomatie van Albert, via zijn familiebanden. Niemand in de regering was hiervan op de hoogte. Omgekeerd verzweeg de regering voor de koning dat Duitsland in juni 1915 via de gezant bij het Vaticaan Jules Van den Heuvel vredesvoorstellen betreffende evacuatie van België door de Duitse troepen had gedaan. De koning zat zelf de ministerraad voor en botste soms frontaal op wallinganten als Bovesse en de liberaal Devèze die de grensverdediging hardnekkig verdedigden tegen de opvattingen van de generale staf en de koning in de jaren dertig. Die wilde vanuit de vesting Antwerpen met Britse steun het land verdedigen zoals zijn leermeester Charles Lagrange aan de Militaire School hem had geleerd. De oorlogservaring van die leermeester is ook leerzaam. Begin 1916 was Max Waxweiler, de strofiguur die de contacten met de Duitsers namens Albert legde, overleden; Albert hoopte zijn vroegere leermeester aan de Militaire School Charles Lagrange ervan te overtuigen de onderhandelingen van Waxweiler verder te zetten, maar die weigerde. Hij wees er de koning op dat de Duitse bedoelingen nu voldoende gekend waren. Koningin Elisabeth kwam terug uit Engeland met de waarschuwing dat de publieke opinie daar oorlogszuchtiger dan ooit was. Het was verstandiger aan een toekomst onder Britse invloed te denken. In een economische studie in september ’15 besteld, had Waxweiler erop gewezen dat België voor de oorlog onder Duitse economische dominantie was geraakt. Daarmee bereidde hij de toenadering van België tot de geallieerden voor; voor Albert moest dit vooral toenadering tot de VSA betekenen. Hij wilde de Amerikanen voor Congo interesseren in de hoop dat wanneer hij noodgedwongen een vazal zou worden van de Duitse keizer, de Amerikanen als tegenwicht konden dienen om een volledige Duitse overname van Congo en België te dwarsbomen. In heel veel opzichten leken Albert Von Saksen-Coburg en Woodrow Wilson op elkaar. Beiden verafschuwden oorlog maar traden in het strijdperk omdat zij meenden dat hun neutraliteit in het gedrang was. Dat was voor beiden een erezaak, being not too proud to fight! Het boek van Velaers toont ten slotte ook aan dat het koningschap van Albert een presidentiële allure naar Amerikaanse stijl (en meer bepaald van Wilson en Roosevelt) had aangenomen als gevolg van de oorlog en de economische crisis.


Jeannick Vangansbeke