3. Mainstream film historisch-kritisch beoordelen
3. Mainstream film historisch-kritisch beoordelen
De betekenis die we aan het verleden verschaffen wordt gevormd en tevens begrensd door het medium waarlangs dit verleden meegedeeld wordt (dat kan het geschreven woord zijn, het gesproken woord, een schilderij, een foto of film). We moeten er dus rekening mee houden dat het historische begrip dat een mainstream film oplevert, gevormd en begrensd is door zijn conventies. Bijgevolg moeten we ervan uitgaan dat geschiedenis in mainstreamfilm niet alleen afwijkend is van geschreven geschiedenis, maar daar noodzakelijk moet van afwijken om geslaagd te zijn als historische film: nl. door een dramatisch verhaal met emotionele spanning, een uitgekiende 'look', goed gecaste personages die een kijker kunnen vastgrijpen en vasthouden om diens kijk op het verleden te beïnvloeden.
De kenmerken van mainstream historische film verplichten de maker ervan de werkelijkheid tot op bepaalde hoogte uit te vinden:
•De enscenering. Hoe goed een filmmaker zich ook documenteert en laat bijstaan door specialisten, altijd zal hij zaken moeten in beeld brengen waarover hij geen zekerheid heeft hoe ze er in het verleden precies uitzagen;
•Het verhaal. Om het verhaal op een plausibele manier te vertellen moeten de 'gaten' in de historische kennis worden opgevuld;
•De personages. Acteurs die bestaande historische figuren moeten spelen kunnen (afhankelijk van hun voorbereiding, inlevingsvermogen en acteurskwaliteiten) beter of slechter in de schoenen staan van de illustere personen die ze uitbeelden, het blijven altijd acteurs waarbij hun uiterlijk, de manier waarop ze spreken en zich bewegen onvermijdelijk zal afwijken van het origineel. Ook als zij geen bestaande personages spelen maar model staan voor een bepaalde groep in de samenleving, zullen zij in zekere mate een fictieve invulling geven aan hun personage;
•De dramatische spanning. Om de kijkers te betrekken bij het verhaal en de personages moet de complexiteit van de historische werkelijkheid vereenvoudigd worden tot een plausibele dramatische structuur.
•Klassieke ingrepen om dit te bereiken zijn:
1.Het samenballen en inkorten van gebeurtenissen
2.Verandering van gebeurtenissen
3.Aanwending van beeldspraak
M.a.w. een verhaal verteld in een mainstream historische film zal noodzakelijk gedeeltelijk gefictionaliseerd zijn. Als paradox kan men stellen dat een dergelijke historische film maar waarachtig kan zijn door te fictionalisering.
Vraag is of geschreven geschiedenis helemaal ontsnapt aan de genoemde ingrepen. Ook in geschreven geschiedenis, zeker dewelke zich richt tot een ruimer publiek, wordt de historische werkelijkheid in zekere mate versimpeld, gecondenseerd, gedramatiseerd en geëmotionaliseerd, al blijft de empirische basis hét criterium van historische kritiek. Bij mainstream historische film is de empirische verifieerbaarheid niet de enige standaard om historische werkelijkheidswaarde te bepalen. De kritische historicus moet accepteren dat een filmische historische waarheid nooit een letterlijk interpretatie is van het verleden en dus niet altijd empirisch verifieerbaar is. De waarachtigheid van het vertelde verhaal moet getoetst worden. De fictionaliseringen moeten plausibel zijn als men ze afweegt tegenover wat er over het verleden is geweten. En wat over het verleden geweten is wordt bepaald door het hele corpus van reeds bestaande historische interpretaties. Precies de mate waarin een historische speelfilm in debat gaat met andere interpretaties van het verleden, bepaalt het historisch gehalte van een film en onderscheidt een historische film van een kostuumdrama. Een filmmaker die zich niet bewust is van het actuele historisch debat, heeft niet veel kans om een historisch waarachtige film te maken. Het is immers de plaats die de film in dit debat inneemt, die zijn historische waarde bepaalt. Een historische film die een verleden werkelijkheid evoceert die haaks staat op het algemeen aanvaarde historische betoog, verliest zijn historische geloofwaardigheid.