Film en Televisie als Bron van Historische Beeldvorming

Venster op de geschiedenis

terugFilm_6.html
 

De film is voor ons: venster op de actualiteit en venster op de geschiedenis. Want ook hier is de actualiteit van gisteren de geschiedenis van heden geworden. Nauwelijks was de film in 1895 geboren, of de gebroeders Lumière en ontelbare anderen trokken de aardbol rond, hun camera met driepoot op de schouder, om al zwengelend het leven te registreren en ons een onschatbaar beeldarchief na te laten. Stel je voor dat wij eigentijdse filmverslagen hadden over Alexander, Caesar of Napoleon! Wij weten niet hoe Napoleon eruit zag in zijn laatste levensjaren: de schilders portretteerden hem erg geflatteerd. Het uitzicht van Hitler, Roosevelt en Mao kennen wij wel. (Al werd Hitler nooit gefilmd met zijn bril op, en al zien we de halfverlamde Roosevelt nooit in zijn rolstoel hijsen. Maar wel onthulde de camera ons meedogenloos de fysieke aftakeling van Mao).

De eerste cineasten waren ervan doordrongen dat zij een nieuwe bron van historische kennis aanboorden en toevoegden aan het bestaande arsenaal, ten behoeve van toekomstige generaties. Een betere en objectievere bron. Want de camera kan toch niet liegen. Een bron, die universeel toegankelijk is, want beelden spreken een universele taal - zij leefden in de periode van de stomme film. Maar nog vóór de geluidsfilm in 1927 zijn intrede deed met The Jazz-singer had de Russische cineast Eisenstein op grote schaal de montage van beelden geïntroduceerd en daarmee de Leugen met hoofdletter. Let op, ook zonder beeldmontage kan men de waarheid verdraaien door de beelduitsnit van het cameraoog. In een halfvol stadion kan je zowel de volle plaatsen als het lege gedeelte filmen, zodat je een reuze succes of een totaal fiasco suggereert. Maar Eisenstein deed meer dan dat. Hij herschiep de realiteit, maakte haar mooier. Zijn Oktoberrevolutie bijvoorbeeld wordt vaak - ten onrechte - beschouwd als een echte historische bron, omdat hij de prent draaide zo kort na de feiten. Fragmenten uit zijn film zijn samen met 'echte' archiefbeelden verwerkt in een Engels-Russische documentaire over de Oktoberrevolutie, die wij in 1978 uitzonden voor de schooltelevisie. Zijn bestorming van het Winterpaleis, de beslissende fase in de bolsjewistische machtsgreep, toont de heroïsche strijd van de proletarische massa's: salvo's geweervuur knetteren en handgranaten ontploffen, maar onstuitbaar dringen de helden van de revolutie op. Wie schetst onze verbazing toen wij ontdekten bij het verifiëren van deze passage, die we zelf voor de juiste weergave van de feiten hielden, dat bij het hele gevecht om het Winterpaleis slechts enkele doden vielen. Eisenstein toont en suggereert veel meer strijd dan er in werkelijkheid heeft plaatsgevonden. Het blijkt dus dat hij in weerwil van zijn zwart-wit beelden de geschiedkundige realiteit aardig heeft bijgekleurd!

Voor veel leerkrachten blijft 'historisch document' synoniem met 'geschreven teksten'. Toch zijn films onontbeerlijke documenten geworden voor eigentijdse geschiedenis. Eén voorbeeld: marsmuziek, pauken, klaroenen … een onafzienbare menigte. Bakvisjes raken in alle staten van opwinding … de camera registreert hun extatische gezichten. De massahysterie nadert een climax. Daar verschijnt hun idool: een kleine stip op een trap, hoog boven de menigte. Nee, geen Rolling Stones of Beatles, geen popconcert … Hitler! Hoe kan men aan jonge mensen het fenomeen Hitler en Nazi-Duitsland verklaren, zonder hen te laten ZIEN wat er gebeurde? Beluister toespraken van de dictator op band en negen kansen op de tien barst de hele groep uit in een algemene, licht-onbegrijpende schaterlach: "Hoe kon een dergelijk simplistisch gekrijs een heel volk meeslepen?"