Film en Televisie als Bron van Historische Beeldvorming

Historische kritiek in een nieuw kleedje

terugFilm_6.html
 

Natuurlijk ook voor filmbeelden geldt de uitspraak van Boris Pasternak, Nobelprijswinnaar en schrijver van Dokter Zjivago ( ook verfilmd, in de Sovjetunie verboden ): "De eigenlijke geschiedenis is datgene wat men niet ziet gebeuren, maar dat toch gebeurt." Wat men wel ziet, zijn meestal slechts randfenomenen: staatsiebezoeken; de Israëli Begin en de Egyptenaar Sadat bij de Amerikaanse president Carter voor Camp David in 1979; Hitler en Chamberlain na Munchen in 1938. Opvallend hoe weinig onze journaalfilms daarin zijn veranderd sinds de prille start van de bio-scoop!

Natuurlijk weten wij nu dat beeldmateriaal even omzichtig en kritisch dient benaderd te worden als geschreven documenten. De regels van de historische kritiek blijven onverminderd van kracht, alleen steken zij nu in een nieuw kleedje. Om bij het voorbeeld van het fascisme te blijven: Hitlerfilms zoals daarnet beschreven tonen de Führer bij voorkeur als een brallende, bombastische dwaas, met veel "Sieg Heil"-geroep als klankdecor. De begeleidende commentaar heeft meestal de uitdrukkelijke bedoeling het absurde en gevaarlijke van de cultus rond de verafgode leidersfiguur te onderstrepen. Met hetzelfde beeldmateriaal kan men, mits andere commentaar, een pro-nazifilm maken! Dat was trouwens origineel meestal hun bedoeling!

Misschien verklaart dit waarom tijdgenoten zo wantrouwig stonden tegenover het nieuwe, opdringende medium. Zo schreef de grote Nederlandse cultuurhistoricus Johan Huizinga, de man van Herfsttij der Middeleeuwen (1919), reeds in 1935 in zijn boekje In de schaduwen van morgen: "Tussen theater en bioscoop ligt de overgang van het aanschouwen van een spel tot het aanschouwen der schaduwen van een spel. In de filmkunst wordt de dramatiek zelf bijna geheel verplaatst naar het uiterlijk zichtbare, waarnaast het gesproken woord slechts een bijkomstige plaats inneemt. De kunst van het toeschouwen wordt omgeschakeld tot een vaardigheid en begrijpen van voortdurende wisselende visuele beelden. De jeugd heeft die cinematische blik verworven in een graad, die de oudere verbaast. Zonder het intellectueel verstaan boven het visueel verstaan te willen verheffen, moet men toch getuigen dat door de cinema een groep van ethisch - intellectuele perceptiemiddelen ongeoefend wordt gelaten, wat tot verzwakking van het oordeelsvermogen moet bijdragen."

Huizinga ziet film dus als een bedreiging, een element dat bijdraagt tot "de algemene verzwakking van het oordeel." Nochtans was de tijd nog ver, dat niet Hitler maar de Amerikaan Nixon zich in zijn verkiezingscampagne van 1972 aan het Amerikaanse volk wist te verkopen via de televisie. Een campagne, die door publiciteitsmensen werd geleid als gold het een nieuw merk waspoeder! Een campagne, die voorgoed de ontstellende macht van het medium aantoonde. Gelukkig wilde de ironie van de geschiedenis dat hetzelfde medium ons amper twee jaar later het Watergate van dezelfde Nixon van nabij liet volgen.

Een nieuwe bedreiging voor de waarachtigheid kunnen wij momenteel nog maar moeilijk inschatten: digitale manipulatie van beelden. Foto's uit dictatoriale landen als de Sovjetunie of China, waarop in ongenade gevallen personen waren 'weggegomd', kenden wij al. De computer creëert verse vormen van vervalsing. In de speelfilm Forrest Gump (1994) schudt de hoofdpersoon de hand van de reeds lang overleden president Kennedy. Maar vroeger reeds gebeurde iets soortgelijks. Tijdens de bloedige onderdrukking van de studentenrevolte op het Tienanmenplein in Peking, juni 1989, werden wij allen getroffen door het gedrag van een student, die een tank de weg versperde en hem herhaaldelijk dwong een nieuwe koers te kiezen. De Chinese regering heeft deze beelden digitaal bewerkt. Bij een latere uitzending is alleen de tank te zien, de student is verdwenen. Zijn moedige houding is uitgewist. Hij is vergeefs gestorven, want hij heeft nooit bestaan!

Traditionele historische kritiek op documenten

Vragen

 

  1. 1.Wie heeft het document geschreven?

  2. een tijdgenoot?

  3. voor- of tegenstander?

  4. 'objectieve' ooggetuige? Hoe objectief?

  5. 2.Wat heeft hij/zij in het document geschreven = de boodschap

  6. 3.Wanneer? tijdgenoot of later? Hoeveel later dan de gebeurtenissen?

  7. 4.Waarom? Met welke bedoeling is het document geschreven? (zie 2)

  8. 5.Waar?

  9. Ter plaatse? Waar de feiten gebeurden?

  10. Ver verwijderd? Van 'horen zeggen'?

 

  1. Kernbegrip: Standplaatsgebondenheid, dit wil zeggen: iemands visie wordt bepaald door zijn/haar standplaats, dit is: cultuur, leeftijd, geslacht, sociale afkomst....


Deze vragen moeten vertaald worden naar het medium film.