Film en Televisie als Bron van Historische Beeldvorming
Afstomping of algemene vorming
Film en Televisie als Bron van Historische Beeldvorming
Afstomping of algemene vorming
Film en televisie dragen beslist bij tot een nivellering van het culturele leven en 'debilisering' van het kijkpubliek door vakkundig vervaardigde doch triviale nepproducten als Dallas, The Bold and the Beautiful, Buren, Big Brother en andere rommel. Je reinste beeldbuisbezoedeling, die ook in onze huiskamers binnendringt. De cultuurjammeraars vergeten echter een heel belangrijk punt: niemand is verplicht te kijken. Je kunt een knop indrukken en het toestel uitschakelen wanneer je maar wilt. Met je afstandsbediening hoef je daarvoor zelfs niet meer uit je zetel te komen.
Misschien had Huizinga gelijk. Zeker is dat hij ongelijk had. We kunnen Thuis best missen. Maar mijn televisietoestel zou ik niet graag kwijt zijn. Televisie is ook positief. Televisie is geweldig. Bewijzen? Beperken wij ons tot wat onze eigen, zo vaak afgekraakte VRT op zijn actief heeft. En dan noemen we slechts willekeurig enkele voorbeelden van cultuurhistorische uitzendingen. De 13-delige reeks De wording van Europa (1993, heruitgezonden in 1995) behoorde tot het beste van het beste. Wereldklasse! In luttele uren kon je kennismaken met wat geleerden en experts tientallen jaren arbeid had gekost. Andere hoogtepunten uit het verleden zijn de reeksen Civilisation van Kenneth Clark, De mens in wording van Jacob Bronowski en Kosmos van Carl Sagan.
Huizinga had zeker ongelijk. Hij leefde in een tijd, die nog volledig geloofde in het alleen-zaligmakende gedrukte woord. Maar reeds in het in 1973 verschenen begeleidingsboek bij zijn magistrale BBC-reeks beklemtoonde de beroemde wiskundige Jacob Bronowski de onvervangbare waarde van het medium televisie als drager van een didactische boodschap. "Met het gedrukte woord heeft het dit gemeen, dat het zich niet richt tot massa's, maar, meer intiem, tot een paar mensen in een kamer, voor een conversatie van persoon tot persoon. De lezer kan echter wat de kijker en luisteraar niet kan: pauzeren in reflectie op de lectuur, terugbladeren, de argumenten nog eens overlopen en op hun waarde toetsen." Sinds hij deze woorden schreef, is dit nadeel definitief weggenomen door de bliksemsnelle ontwikkeling van de videosystemen na 1970. En reeds is er de beeldplaat, die nogmaals nieuwe perspectieven opent, met haar mogelijkheid een half miljoen microscopisch kleine beelden te registreren en lasergestuurd te projecteren tegen normale snelheid, vertraagd, stilstaand, voor- en achterwaarts, m.a.w.: de nog veel te weinig benutte drager van programma's voor het onderwijs en de zelfontwikkeling. Nu zou de voorspelling van Bronowski inderdaad kunnen bewaarheid worden dat televisie "may yet become as persuasive an intellectual force as the book." Door het aanwenden van video voegt televisie aan geschiedenis van het onderricht en het onderricht van de geschiedenis een dimensie toe, een vergroting van het spectrum, even nieuw en met even verregaande didactische consequenties als het gedrukte boek meebracht voor de Renaissance.
Waarschijnlijk delen jullie niet allen deze opvatting. Mogelijk studeren jullie af zonder ooit een uitzending van de schooltelevisie gebruikt te hebben in de geschiedenisles. En als je er al een zag, was je vermoedelijk helemaal niet vervuld van het eerbiedige besef een revolutionaire nieuwigheid mee te maken. Daarin verschil je dan van je voorgangers uit de zestiende eeuw, die voor het eerst een boek gebruikten. Je beschouwde het waarschijnlijk als ontspanning, een verzetje tussen de saaie lessen in. Dat is je goed recht. Erger is dat veel leerkrachten al evenmin inzien wat schooltelevisie kan betekenen. Ik ken huisvrouwen, die onder het strijken alle programma's volgen en collega's leerkrachten, die er prat op gaan dat ze zich nog nooit verlaagd hebben zoiets vulgair als televisie in hun klas binnen te halen. "Laat ze thuis naar de fabeltjeskrant kijken, als ze willen, maar niet in MIJN les!" Dat is misschien kort geformuleerd. Maar zeker kortzichtig. Uit een onderzoek, gepubliceerd in Klasse van september 1993, bleek dat 73% van de leerkrachten nooit televisie gebruikte in de les en dat 45% niet van plan was dat in de toekomst te doen. Alleen een dergelijke mentaliteit maakt het mogelijk dat schooltelevisie herhaaldelijk bijna verdween bij gebrek aan kredieten. Dit terwijl een ontwikkelingsland als India kostbare miljarden investeerde om een communicatiesatelliet in een baan rond de aarde te brengen om educatieve programma's tot in de kleinste dorpen te kunnen uitzenden. Hoeft hier nog commentaar bij? En dan maar spreken van de Derde Industriële Revolutie en Flanders' Technology!