Film en Televisie als Bron van Historische Beeldvorming
Historische beeldvorming
Film en Televisie als Bron van Historische Beeldvorming
Historische beeldvorming
Het beeld dat vele mensen levenslang meedragen van het Oude Egypte of het Rome der keizers, is gevormd en gefixeerd door strips, historische romans, historische films of -televisiereeksen, veel sterker dan door de uitvoerige studie van Rome op de schoolbanken. Heel veel jonge mensen zien België in de jaren dertig door de bril van de reeks De Nieuwe Orde. En het eerste deel van de Tweede Wereldoorlog kennen ze uit Wereldbrand, naar de romans van Herman Wouk, of uit de films Tora, Tora Tora over de Japanse aanval op Pearl Harbour, of The Battle of Britain. Ook de veel gelauwerde Gandhi-film van Richard Attenborough (1982) behoort eigenlijk tot hetzelfde genre, dat men met een nieuwbakken woord 'docudrama' noemt, d.w.z. een min of meer geromantiseerde versie van de feiten. In Wereldbrand en Gandhi zijn zelfs heel wat oude journaalfilms ingelast, die geregeld via een kort statisch moment terug overgaan in kleur en dus in het gedramatiseerde gedeelte. In tegenstelling tot het eerder aangehaalde voorbeeld van Eisenstein en zijn Oktoberrevolutie, kun je hier duidelijk onderscheiden wat archieffilm is en wat nieuw gedraaid werd, ook al omdat de film -Hitler, -Roosevelt of -Gandhi in uiterlijk afwijkt van zijn 'origineel'. In Gandhi is die bekommernis voor de exactheid nog verder gedreven: hele scènes, vooral wat het openbaar leven van de Mahatma betreft, zijn in feite nieuw gedraaide versies van oude journaalfilms, met zelfde camera-instelling en beelduitsnit.
Veel van wat in de vorige uitzending gezegd is over literatuur als historische bron, kan ook op film toegepast worden. De docudrama's komen dan overeen met faction-boeken als De Langste Dag van Cornelius Ryan - dit boek is trouwens verfilmd. De historische reeksen als Hendrik VIII en Victoria vormen dan een overgang naar de loutere fictiefilms en kunnen vergeleken worden met de historische romans. Sprekende voorbeelden zijn hier Shogun of Noord en Zuid, de Amerikaanse superproducties. Weer eens verfilmde boeken, die heel wat echte historische gegevens bevatten. Maar de stroperige Amerikaanse wijze waarop de sentimentele passages in de verf werden gezet, was een constante bron van ergernis voor wie het boek had gelezen. Vergelijking van een roman met zijn verfilming is altijd gevaarlijk: literatuur en film zijn nu eenmaal kinderen van een verschillende muze.
Goede historische films kunnen een tijd, een tijdgeest evoceren. Wie Shogun heeft gevolgd, zal het Japan van rond 1600 steeds blijven zien door de ogen van de Amerikaanse camera's, ook al hadden de Japanners zelf veel kritiek op de verfilming als geheel. Het Japan van een generatie vroeger werd meesterlijk opgeroepen door de cineast Kurosawa in zijn film Kagemusha, De Schaduwkrijger.
Even meesterlijk ging Stanley Kubrick tewerk in Barry Lyndon, dat het Europa van de achttiende eeuw tot leven wekt. Of Stijn Coninx in Daens (1993). Of Visconti met zijn films over de Italiaanse eenmaking rond 1870. Gemeenschappelijk voor al deze cineasten is hun zin voor details en het feit dat hun arbeid wel gelauwerd en geloofd werd door de internationale kritiek, maar - Daens uitgezonderd - weinig succes kende bij het grote publiek. Kurosawa's Kagemusha verdween snel uit het commerciële circuit. En Barry London wordt zowat elk jaar in de zomer hernomen in onze grote steden, tot grote vreugde van de cinefielen.
Deze laatste film is gebaseerd op het boek van William Makepeace Thackeray, samen met Charles Dickens de grootste Engelse romanschrijver van de negentiende eeuw. Het bevat de (fictieve) memoires van de arrogante jonge Ierse avonturier Redmond Barry. Als tijdsevocatie verkies ik echter Kubricks verfilming uit 1975 boven de roman. Volgens velen is het een der mooiste films, die ooit werden gedraaid. Kubrick baseerde zich op tientallen schilderijen uit die tijd, filmde nooit in studio, doch alleen op locatie in parken en kastelen. Zoals bij Kurosawa en Fellini is de tijdgeest hoofdpersoon, eerder dan een individuele speler. Kubrick gebruikt verder uitsluitend natuurlijke belichting, zodat hij, om het kaarlicht van de achttiende eeuw in beelden te vangen, een speciale lichtgevoelige lens moest gebruiken, die de NASA ontworpen had voor de maanvluchten van het Apolloprogramma! De prachtige taferelen, die hij zo opneemt, zijn telkens omlijst door muziek uit de tijd: de Sarabande van Händel, die het Leitmotiv vormt, traditionele volksliedjes en composities van Mozart.
Filmmuziek is immers een te vaak verwaarloosd aspect. Niet alleen bij Beatles- of Presleyfilms is de muziek belangrijk. Neem eens bij een detective- of een griezelfilm de klank weg en het hele spanningseffect verdwijnt.
Het meest populair, het meest succesrijk zijn niet wat we zo-even 'goede' historische films noemden. De massa's stromen pas toe bij de grote spektakelfilms als De Tien Geboden, Ben Hur, Cleopatra, De Drie Musketiers … Zij zijn haast alle volgens hetzelfde stramien gefabriceerd: peperdure superproducties, groot scherm, liefst zoveel mogelijk grote namen, kinderlijke intrige, spectaculaire massatonelen. Het zijn voornamelijk deze prenten, die de historische beeldvorming van het grote publiek bepalen.
Over hun waarde als historische bron kunnen we helaas kort zijn: zelfs de beste en hopelijk eerlijkste als bijvoorbeeld Spartacus bevatten enorm veel historische onjuistheden. (Minder eerlijke films verdraaien vaak het vaststaande historische feitenmateriaal om waar dat nodig is een happy end aan het slot te kunnen breien).
Spartacus (1960) geeft je de indruk dat je erbij bent als de gladiatoren worden opgeleid. Je hebt de illusie dat je de veelgeprezen Romeinse legertactieken nu eens in levende lijve in actie ziet. Maar, om slechts één schoonheidsfoutje te noemen: net als in de strips van Asterix dateert de uitrusting van de legioenen uit een latere tijd. En zo versterkt de film eens te meer het foutieve beeld van een achthonderd jaar lang onveranderd, statisch Rome.
In vier uitzendingen hebben wij telkens weer gewaarschuwd voor gemakkelijk binnenglijdende clichés in de historische beeldvorming, hebben wij telkens weer de belangrijkste eigenschap van de historicus benadrukt: onze en jullie kritische vraaghouding tegenover het verleden. En tegenover het heden! Wij geloven dat dit de voornaamste attitude is, die wij allen blijvend moeten verwerven. Want het jaar 1984 is wel voorbij, doch Orwells '1984' is nabij. Wij allen leven in de dreigende schaduwen van morgen, veel sterker dan Huizinga in 1935.
Zoals prof. J. Dumont schrijft in zijn 'ten geleide' bij een standaardwerk over waardeverduidelijking:
"In zijn 1984 schilderde Orwell de onderdrukking van de mens als gevolg van dwang van bovenaf, van controle door de alomtegenwoordige 'Big Brother &endash; watching you'. Bij Orwell wordt 'dunk' het systeem-welgevallige denken en 'misdunk' het systeem-onwelgevallige denken.
Het gif dat van binnenuit komt is echter veel sluipender en moeilijker te herkennen. De voedingsbodem, waarvan iets in ons allemaal aanwezig is, wordt gevormd door traagheid, hang naar comfort, tevredenheid met onvolledige of gezeefde informatie, gemakkelijk streelbare eigenliefde … de hang naar sensatie, het gevaarloze van de tweede-hands-emotie, gewekt door filmheld, TV-serie, boulevardblad."