De zomer van 2008

terugVoorbij_op_tv.htmlVoorbij_op_tv.htmlshapeimage_2_link_0
 

Maandag                                                                                                               Edward De Maesschalck



Geschiedenisslot om 22.10 u.


D-Day to Berlin (19 mei – 2 juni)


Driedelige BBC-reeks over de elf maanden durende bevrijdingscampagne van de geallieerde

legers in 1944-1945, van D-Day op de kusten van Normandië (6 juni 1944) tot de

overwinning in Berlijn en het einde van de oorlog op 8 mei 1945. Aan de hand van

getuigenissen van betrokkenen, archiefbeelden en reconstructies vertelt de reeks het

dramatische verhaal van de trage maar zekere opmars van de geallieerden. De serie werd

gemaakt door Laurence Rees, bekend van bekroonde historische BBC-reeksen als

Reputations, Timewatch, Auschwitz, The Nazi's: A Warning from History en Horror in the

East


In 1944 was de Tweede Wereldoorlog nog allesbehalve beslist. De geallieerden maakten zich

klaar om Europa te heroveren, maar de Duitsers hadden de grenzen van hun rijk zwaar

versterkt en beveiligd en zich overal ingegraven. De bevrijding van Europa zou één van de

grootste collectieve militaire operaties uit de geschiedenis worden. De weg van Normandië

naar Berlijn was lang en moeilijk, maar bij elk succes van de geallieerden verslapte de greep

van de Nazi's op West-Europa en werd een stukje van het continent bevrijd van de

onderdrukking. 


De serie is opgebouwd rond getuigenissen van Britse, Amerikaanse en Duitse soldaten die de

strijd om Europa meemaakten. Hun verhalen vormen een dramatische kroniek die wordt

geïllustreerd met archiefbeelden en reconstructies die de slagvelden en verschrikkingen van

Europa weer tot leven brengen.


Deel 1: "The Struggle to Break out" – 19 mei


Juni 1944. Nadat de slag om de Normandische stranden was gewonnen, wisten de

geallieerden het stukje veroverde kustlijn geleidelijk uit te breiden. Maar de Duitsers waren

misschien wel teruggeslagen, maar nog lang niet uitgeteld. De Britse troepen raakten in

verschrikkelijke gevechten verwikkeld die deden terugdenken aan de uitputtingsslagen van de

Grote Oorlog. Na drie weken waren 60.000 mannen gedood of gekwetst. Tegen eind juni

vocht een miljoen soldaten een verbitterde strijd uit tussen de Normandische velden en hagen.

Vooral de Duitse 'Tiger tanks' waren een geduchte vijand. Toen de geallieerden uiteindelijk

toch uit Normandië konden uitbreken, was dat minder te danken aan de grondtroepen dan aan

de superieure geallieerde luchtmacht. Toen ging het snel: eind augustus was Rommel

gekwetst en uitgeteld en had zijn opvolger, veldmaarschalk Von Kluge, zelfmoord gepleegd.

Hitler leidde nu zelf de strijd, maar het Duitse leger was in volle aftocht. 


Deel 2: "Allies at War" – 26 mei


Vanaf augustus leek de opmars naar Duitsland vlot te verlopen voor de geallieerden. Parijs

werd bevrijd en korte tijd later ook Brussel. Maar toen de geallieerde troepen de Siegfried

Linie bereikten, werden ze met een nieuw probleem geconfronteerd: de aanvoerlijnen waren

te lang geworden en de machine stokte. Bovendien was er achter de schermen tussen de

geallieerde legeraanvoerders een strategisch dispuut aan de gang. Tot nu toe had de Britse

generaal Montgomery de leiding over de militaire grondoperaties. Maar de Amerikaanse

opperbevelhebber Eisenhower wilde nu zelf de touwtjes in handen nemen. Montgomery

droomde van een snelle overwinning, in één geconcentreerde veldtocht naar Berlijn en

uiteraard met een hoofdrol voor de Britse troepen. Eisenhower pleitte voor een breed front,

onder Amerikaanse aanvoering. Beiden kregen het deksel op de neus: de Britten in de

desastreuze slag om Arnhem, de Amerikanen in de fameuze Battle of the Bulge, het Duitse

tegenoffensief in de Ardennen. Pas toen Britten en Amerikanen de rangen weer sloten,

konden deze pijnlijke tegenslagen worden omgebogen in een hernieuwd geallieerd elan. 


Deel 3: "The Dream that Died" – 2 juni


Na de hard bevochten overwinning in de Ardennen, stroomden de geallieerde troepen over de

Rijn. In het oosten rukten de Russen op. Beide legers eisten van Duitsland een

onvoorwaardelijke overgave. Ze wensten niet te onderhandelen met een land dat Europa en de

wereld in de afgrond had gestort. Er moest op het continent een nieuwe orde ontstaan,

gebaseerd op democratie en vrijheid. De ontdekking van concentratiekampen (o.a. Dachau en

Buchenwald) sterkte de geallieerden in hun overtuiging. Maar precies die eis van een

onvoorwaardelijke overgave werd door de nazi-leiders als propaganda gebruikt om hun leger

en het volk aan te sporen om door te vechten tot het bittere einde. Dat leidde onder meer tot

het verschrikkelijke bombardement op Dresden en de ultieme slag in de straten van Berlijn.

Het waren de Russen die Berlijn veroverden. Maar zij hadden een andere visie dan de

geallieerden op de nieuwe orde in Europa. Zo leidde de onvoorwaardelijke overgave van nazi-

Duitsland op 8 mei 1945 uiteindelijk tot een verdeeld Europa.



Fascism and Football – 9 juni


Documentaire over de manier waarop fascistische regimes in de jaren '30 van vorige eeuw het

voetbal misbruikten als propagandamiddel.

Tegelijk met de opkomst van het fascisme in de jaren dertig, groeide voetbal uit tot de meest

populaire volkssport in Europa. Het gaat om een toeval, want de dictators Mussolini, Hitler en

Franco hadden niet eens belangstelling voor deze sport. Maar als propagandavehikel spanden

zij voetbal graag voor hun karretje, op voorwaarde dat hun nationale ploeg zou winnen.

Mussolini liet scheidsrechters omkopen. Hitler liet de beste spelers werven en wie weigerde,

was niet meer zeker van zijn leven. Franco dwarsboomde de “republikeinse” ploeg van

Barcelona ten voordele van Real Madrid. En wat te zeggen van de Britse ploeg, die in 1938 in

het stadion van Berlijn voor het oog van de camera de Hitlergroet bracht? De spelers deden

dat op bevel van hun eigen premier, Neville Chamberlain. Wie de documentaire Fascisme en

voetbal bekijkt, begrijpt beter dan ooit het adagium: Voetbal is oorlog!



Jonestown – 16 & 23 juni


Tweedelige documentaire over de tragische collectieve (zelf)moord van 900 leden van de

Peoples Temple-sekte in 1978 in hun hoofdkwartier Jonestown in de jungle van Guyana. 

Aan de hand van interviews met tientallen overlevenden en familieleden, zeldzame home

videos en unieke beelden van een cameraploeg van NBC vertelt Stanley Nelson een verhaal

dat genuanceerder is dan dat van de "900 gekke sekteleden die in het oerwoud zelfmoord

pleegden op bevel van hun gestoorde goeroe". De film begint met de moeilijke jeugd van Jim

Jones en volgt hem verder naar de staat Indiana, waar hij zijn Peoples Temple stichtte. Zijn

boodschap van raciale tolerantie en sociale rechtvaardigheid stootte er echter op grote

tegenstand en hij verhuisde met zijn organisatie naar Californië. Daar kende de congregatie

een enorm succes. Uit interviews met de leden van de sekte blijkt dat het gevoel van sociale

harmonie dé drijvende kracht was. Jones zelf was blank maar 80% van de leden waren

zwarten. Ze praten nog altijd met veel enthousiasme over de begintijd van de sekte.

Vervolgens focust de film op wat er fout is gelopen in Guyana en wat er gebeurde in de

laatste dagen voor het dramatische einde van de sekte. Daarvoor kon Nelson onder meer

gebruik maken van beeldmateriaal van een NBC-ploeg die kort voor het drama samen met

parlementslid Leo Ryan naar Jonestown was gereisd. De camera bleef draaien toen Ryan

werd doodgeschoten door bewakingsagenten van Jim Jones, die vervolgens ook de

cameraman neerschoten. Het was het begin van het einde. De documentaire haalde de shortlist

voor de Oscars 2007. 



Drie rampen – 30 juni – 14 juli


1) The Herald of Free Enterprise – 30 juni


Op 6 maart 1987 kapseisde voor de kust van Zeebrugge de veerboot Herald of Free

Enterprise. De ramp kostte aan 193 opvarenden het leven en was de zwaarste ooit in

Belgische wateren, en in de Britse burgerlijke zeevaartgeschiedenis sinds de ondergang van

de Titanic. Deze documentaire vertelt het waarheidsgetrouwe relaas van die fatale avond aan

de hand van reconstructies en getuigenissen van overlevenden, nabestaanden van slachtoffers

en hulpverleners. Daarbij wordt ondermeer gefocust op het gezin Pinnells, met dochter Fiona,

haar verloofde Jonathan Reynolds en hun vriend Chris Leach. (Pas zes weken na de ramp zal

vader Alan Reynolds zijn zoon Jonathan eindelijk kunnen identificeren). Daarnaast zijn er ook

de verhalen van vrachtwagenchauffeur Brian Gibbons, steward Henry Graham en manager

Peter Ford, die nog maar enkele dagen aan het hoofd stond van de rederij Townsend

Thoresen, eigenaar van de Herald. Ook de Belgische duiker Gie Couwenbergh – op dat

ogenblik 43 – komt uitgebreid aan het woord in het programma: Couwenbergh was drie uur

lang in het ijskoude water in de weer en heeft tientallen passagiers naar boven gehaald. Voor

zijn persoonlijke inzet zou hij in 1988 de Queen’s Gallantry Medal ontvangen uit handen van

de Britse koningin.


2) Challenger: Go for Launch – 7 juli


BBC-documentaire over de ramp met het ruimteveer Challenger in 1986.

28 januari 1986 moet zowat de zwartste dag uit de geschiedenis van de ruimtevaart zijn. Het

ruimteveer "Challenger" ontplofte kort na de lancering en de volledige bemanning kwam om.

Onder hen was een gewone onderwijzeres, Christa Mc Auliffe, gekozen uit duizenden

kandidaten om als eerste Amerikaanse "burger" door de ruimte te reizen. De zaak werd nog

pijnlijker toen achteraf bleek dat de ramp voorspeld was door ingenieurs die aan de

draagraketten hadden gewerkt. De lancering was tegen hun wil doorgegaan. De kroniek van

een aangekondigde catastrofe.

Halverwege de jaren tachtig was er bij het Amerikaanse publiek een soort geblaseerdheid

opgetreden ten opzichte van het ruimteprogramma. De vluchten van het ruimteveer waren een

routine geworden. Om de publieke respons wat op te peppen besloot NASA tot een stunt: er

zou een burger mee de ruimte ingestuurd worden. President Reagan besliste dat het "One of

America’s finest" moest zijn, een gewone onderwijzeres. Uit duizenden kandidaten werd

Christa McAuliffe gekozen: sympathiek, alert, bestand tegen stress, de geknipte kandidate. Zij

werd in geen tijd de bekendste astronaute, nog voor ze een voet in een ruimteschip had gezet.

Terwijl de NASA zijn PR verzorgde, speelde er zich achter de schermen een strijd af tussen

ingenieurs en managers. Een ingenieur van het bedrijf Thiokol, dat de draagraketten leverde,

had ontdekt dat er iets fout was met de afsluitringen tussen de verschillende compartimenten

van de brandstoftanks…..

De film is een nauwgezette reconstructie van de gebeurtenissen die aan de ontploffing zijn

vooraf gegaan. Hij heeft de drive van een echte thriller, ook al weet iedereen hoe het verhaal

afloopt.


3) Children of the Doomed Voyage – 14 juli


Documentaire over de dramatische afgelopen evacuatie van meer dan 100 Britse kinderen in

1940 met het schip SS Benares. 

In het najaar van 1940 werden met het oog op de Duitse invasie van Groot-Brittannië plannen

gemaakt om Britse kinderen naar het veilige Canada te evacueren. Maar al bij de eerste

evacuatiepoging liep het mis. De SS Benares verliet de haven van Liverpool op 13 september.

Vier dagen later, in de stormachtige nacht van 17 september, werd het schip getroffen door

een Duitse torpedo. 90 kinderen en 140 bemanningsleden verloren er het leven: niet alleen

door de torpedoaanval, maar ook omdat reddingssloepen door het stormweer en de woelige

zee kapseisden, de kou de overlevenden fataal werd en de eerste reddingsschepen pas een dag

later arriveerden. Deze documentaire vertelt op gedetailleerde wijze het verhaal van de

ondergang van het schip en de reddingacties. De laatste overlevenden vertellen hoe zij zich in

leven wisten te houden en werden gered, in één geval zelfs pas een week na de ramp.



De dood van koning Boudewijn – 21 juli


Documentaire over de dood van koning Boudewijn op 31 juli 1993, nu bijna 15 jaar geleden. 

De koning overleed in ‘Villa Astrida’, zijn buitenverblijf in het zuid-Spaanse Motril. Zijn

dood komt als een donderslag bij heldere hemel. Maar: de koning is dood, lang leve de

koning. Premier Jean-Luc Dehaene en een handjevol politici onderhandelen de hele nacht in

het geheim over de opvolging. De meeste landgenoten vernemen het overlijden van de koning

pas zondagochtend. De emoties laaien hoog op. Er volgt een week van nooit gezien collectief

verdriet.


The Great Olympic Drug Scandal – 28 juli


Britse documentaire over het systematische, door de overheid georganiseerde dopinggebruik

in de vroegere DDR dat het communistische land in volle Koude Oorlog ongeziene sportieve

successen opleverde, ten koste van de gezondheid van duizenden atleten.

In de jaren '70 en '80 domineerden vrouwelijke Oost-Duitse atleten de internationale sport.

Voor een relatief klein land als de DDR was dat een formidabele prestatie. Maar wat toen al

werd vermoed, werd later bevestigd en in deze documentaire op onthutsende manier

aangetoond: de Oost-Duitse atleten dankten hun prestaties vooral aan een doorgedreven

dopinggebruik, dat niet alleen schandelijk en schaamteloos was, maar ook uiterst schadelijk

voor de betrokken sportlui. Aan de hand van archiefbeelden, interviews en getuigenissen

worden de persoonlijke verhalen van een aantal atleten in hun historische context geplaatst,

waarbij vooral duidelijk wordt hoe de Koude Oorlog ook in de sportarena's werd

uitgevochten. 

Over een periode van 20 jaar waren naar schatting 10.000 atleten betrokken bij het

dopingproject in de DDR, dat nauwlettend werd bewaakt door de Stasi, de gevreesde geheime

politie. Sportdokters dienden de vrouwelijke atleten massaal anabole steroïden en het

mannelijke hormoon testosteron toe. Ze moesten ook de pil nemen om hun menstruatie beter

te regelen, zodat wedstrijden en competities beter gepland konden worden. En ook om te

vermijden dat ze zwanger werden natuurlijk, want de grote hoeveelheden mannelijke

hormonen zouden misvormingen kunnen veroorzaken bij eventuele baby's. Zoals ze ook

'misvormingen' veroorzaakten bij de atleten zelf: abnormale toename van spiermassa en

gewicht, grote handen, brede dijen en grote nezuen, ongewone haargroei, genitale

misvormingen en een diepe stem. Sommige atletes mochten van hun trainers zelfs geen tv-

interviews meer geven omdat hun stem zo onnatuurlijk klonk. 

Eén atlete, Heidi Krieger, was na jaren doping zo beïnvloed door het mannelijke hormoon dat

ze zich niet meer thuis voelde in haar vrouwenlichaam en zich liet opereren en als man verder

door het leven ging. Heidi werd Andreas en trouwde later met zwemster Ute Krause, ook al

een dopingslachtoffer, met zware eetstoornissen. Nog een andere sporter, een mannelijke

zwemmer, overleed aan de gevolgen van de doping en het rapport over zijn dood werd 20 jaar

geheim gehouden.

In een tijd van vernieuwde aandacht en bezorgdheid voor dopingmisbruik voor de sport is

deze documentaire een waarschuwing die kan tellen.


Stolen Gold – 4 augustus

Nog geen info


11 & 18 augustus : Samenvatting van de Spelen (geen geschiedenis)




Wereldoorlog II (25 augustus – 22 september)


Goering in Nürnberg’ – 25 augustus & 1 september


Na de zelfmoord van Hitler en Goebbels, begin mei 1945, werd nazi-kopstuk Hermann

Goering, rijksmaarschalk en ex-minister van oorlog, de spilfiguur voor het Internationaal

Militair Gerechtshof van Nürnberg in 1946. Het proces, dat nu 60 jaar geleden plaatsvond,

zou één van de belangrijkste worden uit de geschiedenis van de mensheid. Een mijlpaal in de

geschiedenis van de rechtspraak, waar voor het eerst oorlog als internationale misdaad zou

worden veroordeeld. Een dramatisch hoogtepunt was ook de bitse confrontatie tussen

aanklager Robert Jackson en kroonprins van het Hitler-regime Goering. De getallen spreken

boekdelen: op 218 procesdagen werden 236 getuigen gehoord, meer dan 5000 dokumenten

werden onder de loep genomen, de zittingsprotocollen alleen al besloegen 16.000 bladzijden.

Vier talen werden gehanteerd, een leger tolken en vertalers was in de weer, waarnemers en

verslaggevers waren uit de hele wereld hierheen gereisd. Op 1 oktober werd Hermann

Goering over de hele lijn schuldig bevonden en veroordeeld tot de strop. In de vroege morgen

van 16 oktober 1946, twee uur voor zijn terechtstelling, maakte Goering met een

blauwzuurcapsule een eind aan zijn leven. 



Hitlers Berg – 8 september


Meer dan 1000 dagen van zijn heerschappij over Nazi-Duitsland bracht Adolf Hitler door op

de Obersalzberg bij Berchtesgaden. Van een privé-vakantiewoning groeide dit complex in de

loop der jaren uit tot het heuse machtscentrum van het Derde Rijk. Midden dit idyllisch

ogende, imponerende berglandschap besliste hij over oorlog en vernietiging. Eind april 1945

legden bommenwerpers van de Royal Air Force het machtscentrum binnen enkele minuten in

de as.

De gerenommeerde documentairemaker Michael Kloft schetst de uitbouw en teloorgang van

de Obersalzberg, en kreeg uitzonderlijk toegang tot het onderaardse bunker- en

tunnelcomplex.

Adolf Hitler die vanaf de jaren twintig geregeld in Berchtesgaden verbleef, kocht in 1933 op

de Obersalzberg een chalet en bouwde het om tot de luxe villa “Berghof”. Die werd zijn

“presidentiële” onderkomen waar hij de volgende jaren zijn machtsentourage en hoge

buitenlandse leiders en diplomaten zou ontvangen. Door de komst van de dictator veranderde

de Obersalzberg ingrijpend. Onder impuls van Martin Bormann werden eeuwenoude hoeven

opgekocht en gesloopt. Ooggetuigen doen in “Hitlers Berg”  het  schrijnende relaas van hoe

de oorspronkelijke bewoners van de Obersalzberg vaak manu militari onteigend en verdreven

werden. Wie weerstand bood kreeg af te rekenen met intimidaties en verdween niet zelden in

een concentratiekamp.  

In hun plaats namen vertrouwelingen zoals Martin Bormann, Herman Goering en Albert

Speer hun intrek op de berg en lieten niet na hun status met groot vertoon van luxe in de verf

te zetten. De SS kreeg er een grote kazerne toegewezen en schermde de Obersalzberg als een

hermetisch afgesloten “spergebied” af van de buitenwereld.

In de zomer van 1943 werd begonnen met de aanleg van het bunkercomplex en tot amper een

paar weken voor de capitulatie bleef men ermee doorgaan. De onderaardse stad moest

zelfbedruipend worden zodat de gezinnen en het personeel van de nazi-leiders desnoods

maandenlang op duizenden m² zouden kunnen overleven. Ondermeer privé-archieven, een

bibliotheek en een ruime platencollectie waren er ondergebracht. Eva Braun had er haar privé-

vertrekken incluis badkamer pal naast die van haar geliefde. Nog begin april 1945 hadden

colonnes vrachtwagens tonnen levensmiddelen en drank in de onderaardse gangen afgeleverd.

Maar de luchtbombardementen van 25 april herschiepen ook de Berghof tot een ruïne.  



Hitlers familie’ – 15 september


Bij leven heeft Adolf Hitler een waas opgetrokken rond zijn afkomst en familieverwanten, en

zo de mythe gevoed van de Führer die er enkel en alleen was voor zijn volk. Dat blijkt niet

zonder reden want bij nader inzien vertoont zijn familie nogal wat weinig ‘arische’ kantjes.

Zo verdwijnt Hitlers aan schizofrenie lijdend nichtje Aloisia in een ‘euthanasie’- instelling.

Zijn 19 jaar jongere ‘lievelingsnichtje’ Geli pleegt uit wanhoop zelfmoord met zijn pistool.

Zijn jongere zus Paula wordt onder een valse naam naar een uithoek van het rijk verbannen.

Een neef chanteert hem en zal later in het Amerikaanse leger dienst nemen om tegen het

vijandige Duitsland ten strijde te trekken. Nu nog leven - begrijpelijkerwijze onder een andere

naam – verwanten in Oostenrijk, Duitsland en de Verenigde Staten. 



In Love with Adolf Hitler – 22 september


Intrigerende documentaire Isabelle Clarke en Daniel Costelle over Hitlers maîtresse Eva

Braun. Aan de hand van recent vrijgegeven privé-films van Braun zelf en foto's van

huisfotograaf Heinrich Hoffman schetst de film een portret van een vrouw die in de schaduw

stond van de Führer, maar hem kende als geen ander. De documentaire geeft tegelijk inzicht

in de relatie van Hitler met andere vrouwen.

Tussen 1937 en 1944 maakte Eva Braun filmopnamen in de Berghof, het buitenverblijf van

Hitler in Berchtesgaden. Na de oorlog werden de films door de Amerikanen meegenomen.

Pas onlangs zijn ze weer toegankelijk gemaakt. Aangevuld met een zorgvuldige selectie van

de duizenden foto's van Heinrich Hoffman, vriend en huisfotograaf van Hitler en van de

nazipartij, leiden ze de kijker binnen in de coulissen van het Derde Rijk en de intimiteit van

zijn leider. Welke verhouding had de Führer met vrouwen? Met zijn nicht Geli, bijvoorbeeld,

die zelfmoord pleegde op haar 23ste? Of met Leni Riefenstahl, de grote actrice en cineaste in

dienst van het Derde Rijk? En met Winifred Wagner, de schoondochter van zijn

lievelingscomponist? Maar vooral: hoe gedroeg Hitler zich tegenover zijn maîtresse Eva

Braun, die in april 1945 samen met hem zelfmoord zou plegen, maar dat ook al twee keer

eerder had geprobeerd? De documentaire analyseert de persoonlijkheid van Hitlers geliefde,

die enigmatische vrouw die van Hitler hield, zoals ook het Duitse volk van hem had

gehouden. Tegelijk biedt de film een uniek inzicht in het privéleven en de publieke misdaden

van de Duitse dictator





Dinsdag



Weinig geschiedenis; alleen een paar afleveringen van "Olympische verhalen", een reeks van

Frank Raes over Belgische olympische kampioenen, van 3 juni tot 1 juli om 21.15.



Deel 1: Frans De Blaes en Fons Brijdenbach – 3 juni


In de eerste aflevering van Olympische verhalen gaan we op zoek naar de oudste nog levende

Belgische olympiër: Frans De Blaes. Hij nam als kanovaarder deel aan de Olympische Spelen

van 1936 in Berlijn, de Spelen die op overweldigende wijze georganiseerd werden door het

Nazi-regime van Adolf Hitler. Mechelaar Frans De Blaes is 98 nu, nog zeer helder en fit, en

hij vertelt op heel eigen wijze hoe hij die Olympische Spelen beleefd heeft, nuchter, lichtjes

ironisch, eigenzinnig. Een mooi miniatuurtje.


Naast Frans De Blaes doet in de eerste aflevering ook Fons Brijdenbach zijn verhaal.

Brijdenbach is en blijft één van de grootste atletiektalenten die ons land ooit gekend heeft.

Met een explosief maar soms broos spierstelsel. In de schaduw van Ivo Van Damme greep hij

in 1976 net naast een medaille op de 400 meter. Hij moest, na loting, in de buitenbaan starten

en dat kostte hem wellicht een plaats op het podium. Net als Van Damme werd hij verslagen

door de Cubaanse legende Alberto Juantorena. Brijdenbach kijkt met mildheid en met slechts

een heel klein beetje spijt terug op zijn olympische race. 



Deel 2: Fred De Burghgraeve en Willy Vanden Berghen – 10 juni


In de tweede aflevering komen twee antipoden aan bod. Fred De Burghgraeve, de enige Belg

die ooit goud won op het zwemmen, vertelt samen met ooggetuigen, zijn coach,

tegenstanders, hoe hij jarenlang focuste op dat ene doel: het hoogste podium op de

Olympische Spelen. Het verhaal van Fred is het verhaal van concentratie en

doorzettingsvermogen, de mentale kracht van een absolute topper. Nog elke dag wordt hij aan

zijn Olympische gloriemoment herinnerd.


Heel anders is het Willy Vanden Berghen vergaan. Hij won brons op de Olympische wegrit

van de Spelen in Rome in 1960. Als jeugdrenner won Willy Vanden Berghen koers na koers

en werd zijn talent vergeleken met dat van Rik Van Looy. Rome vormde het hoogtepunt in

zijn carrière. Daarna ging het bergaf. Zowel op de fiets als in het leven. Zijn medaille heeft hij

weggegeven. 



Deel 3: Hubert Van Innis en Rudy Gauwe – 17 juni


De derde episode reconstrueert het bijzondere leven van Hubert Van Innis, een mythische

maar vergeten Olympiër. Van Innis, geboren en getogen in Elewijt, is de Belg die het grootste

aantal medailles veroverd heeft: liefst negen in totaal, waarvan zes gouden, in verschillende

disciplines van het boogschieten. In Parijs in 1900, op de tweede Olympische Spelen, stond

hij al borg voor drie medailles. In Antwerpen in 1920 was hij de grote held met vier keer goud

en twee keer zilver. Een uitzonderlijk talent en een overlever want op zijn 67ste werd hij nog

wereldkampioen. Een man van de wereld ook met contacten in de hoogste kringen.  


Een heel andere figuur is Rudy Gauwe. Deze zwaargewichtbokser stond op de Olympische

Spelen van Montreal tot zijn eigen grote verrassing op een fractie van een medaille. De

imposante Rudy Gauwe beschikte over een dodelijke punch maar zijn gebrek aan conditie en

geloof in eigen kunnen deden hem uiteindelijk de das om. Hij miste net de eeuwige

Olympische roem en kijkt daar nu met enige verwarring op terug.



Deel 4: André Nelis en Brigitte Becue – 24 juni


In de vierde aflevering verschijnt de beste Belgische Olympische zeiler op het toneel: André

Nelis. Hij veroverde zilver in 1956 in Melbourne en brons in Rome in 1960, telkens in de

Finn-klasse, de categorie waarin vele jaren later in Atlanta Sebbe Godefroid ook een medaille

zou halen. Nelis is een voorloper en vriend van Jaak Rogge, de huidige voorzitter van het

Internationaal Olympisch comité, die ook driemaal als zeiler deelnam aan de Olympische

Spelen maar nooit bij de beste drie eindigde. André Nelis is een man van stand met een groot

hart voor de sport . 


Eén van de beste Belgische zwemsters is zonder twijfel Brigitte Becue. Ze nam deel aan vier

Olympische Spelen, schitterde op vele kampioenschappen en haalde een hele reeks medailles.

Dat lukte nooit op de Olympische Spelen. Ze was op haar sterkst op de Spelen van 1996 in

Atlanta: op de top van haar kunnen, klaar voor het podium op de 100 en 200 meter schoolslag.

Maar door relatieproblemen met Stefan Obreno, haar coach en partner in het leven, raakte zij

van slag en mentaal ondermijnd. Toch bereikte ze nog twee keer de finale. Maar het had

zoveel mooier kunnen zijn. En daarom blijft de spijt. Zowel Becue als Obreno praten, zonder

verwijten naar elkaar toe, over die turbulente periode.



Deel 5: Antwerpen 1920 en Leo Sterckx – 1 juli


In de vijfde aflevering gaan we op zoek naar wat er in Antwerpen over is van de Olympische

Spelen van 1920. Het was de enige keer dat ons land de Spelen organiseerde, nu 88 jaar

geleden. Wie wel eens naar het Beerschotstadion trekt, ontdekt straatnamen als de VIIde

Olympiadelaan, de Schijfwerperstraat, de Speerstraat, namen die allemaal verwijzen naar de

Spelen van ’20. In een bijzonder boeiende rondgang speuren we met nog levende getuigen

naar alle mogelijke restanten. 


Tot slot gaan we met Leo Sterckx terug in de tijd. Als we terugdenken aan de Olympische

Spelen van 1960, komt automatisch de naam van Roger Moens naar boven die op de 800

meter in de laatste rechte lijn werd voorbijgesneld en net naast het goud greep. Maar in de

schaduw van Moens veroverde ook Leo Sterckx zilver in de sprint op de wielerpiste, het

absolute maar ondertussen bijna vergeten hoogtepunt in zijn carrière. Met een ontroerde Leo

Sterckx reizen we terug naar Rome en beleven samen met de Italiaan Sante Gaiardoni, de man

die goud haalde, de finale van toen opnieuw.  





Woensdag



Een paar films die zich in een historische context afspelen (om 20.40 u.) en een paar

documentaires (na de film, wisselende uren)  :


Films


THE PORTRAIT OF A LADY – 11 juni


Psychologische film van Jane Campion naar de roman van Henry James

Met: Nicole Kidman (Isabel Archer), John Malkovich (Gilbert Osmond), Barbara Hershey

(Madame Serena Merle), Mary-Louise Parker (Henrietta Stackpole), Martin Donovan (Ralph

Touchett), Richard E. Grant (Lord Warburton), Shelly Duvall (Countess Gemini) e.a.

VS – 1996

Engeland, 19de eeuw. Isabel Archer, een vrijpostige jonge Amerikaanse, verkiest haar

zelfstandigheid boven een zeer lucratief huwelijk met Lord Walburton. Haar familie én haar

aanbidder zijn met verstomming geslagen. Ralph, haar neef, is de enige die bewondering heeft

voor Isabels ongewone beslissing. Hij overtuigt zijn stervende vader haar een deel van zijn

erfenis na te laten. Die rijkdom verschaft Isabel echter niet de verwachte persoonlijke vrijheid.

De jonge vrouw is niet opgewassen tegen de listige intriges van Madame Merle die haar in

een ongelukkig huwelijk lokt met de egoïstische dilettant Gilbert Osmond.



NOWHERE IN AFRICA – 25 juni


Drama van Caroline Link, bekroond met een Oscar voor de Beste Anderstalige Film

Met: Juliane Köhler (Jettel Redlich), Merab Ninidze (Walter Redlich), Sidede Onyulo

(Owuor), Matthias Habich (Walter Süβkind), Lea Kurka (jonge Regina Redlich), Karoline

Eckertz (Regina Redlich), Regine Zimmermann (Käthe) e.a.

Duitsland – 2001

Duitsland ten tijde van de opkomst van het Derde Rijk. Een joodse familie voelt de grond

onder haar voeten stilaan te heet worden en verhuist naar Kenia. Vader Walter Redlich gaat er

aan de slag op een boerderij. Zijn vrouw Jettel en jongste dochter Regina blijven eerst in

Duitsland, maar wanneer de pogroms steeds driester worden, volgen ook zij Walter naar

Kenia. De Duitse familie is gefascineerd door de ruige pracht van de Keniaanse natuur, maar

heeft het moeilijk om zich aan te passen aan haar nieuwe leven in Afrika. Wanneer in

Duitsland de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, is terugkeren echter ondenkbaar geworden….



HOTEL RWANDA – 2 juli


Politiek drama van Terry George over de genocide in Rwanda, genomineerd voor drie Oscars.

Met: Don Cheadle (Paul Rusesabagina), Sophie Okonedo (Tatiana Rusesabagina), Joaquin

Phoenix (Jack), Nick Nolte (Colonel Oliver), Jean Reno (Sabenadirecteur) e.a.

UK/VS/Italië/Zuid-Afrika – 2004

Rwanda in 1994. Het is erg onrustig in het land. De Tutsi’s vormen een etnische minderheid,

maar ze hebben al eeuwenlang de touwtjes in handen in Rwanda. De Belgische koloniale

overheid heeft die toestand in de eerste helft van de 20ste eeuw nog versterkt. De Hutu's, de

meerderheid in het land, komen daar nu tegen in opstand. Het geweld escaleert en

honderdduizenden Tutsi’s worden vervolgd en vermoord. Paul Rusesabagina, een Hutu en de

succesvolle manager van het chique hotel Milles Collines in Kigali, kan niet langer werkeloos

toezien hoe onschuldige mensen worden afgeslacht. Hij stelt het hotel open voor Tutsi’s die

op de vlucht zijn. Milles Collines wordt al gauw een van de laatste toevluchtsoorden voor

Tutsi’s. Maar als er niet snel een internationale interventie komt in Rwanda, wordt ook daar

de situatie onhoudbaar….



SOPHIE’S CHOICE – 9 juli


Psychologisch drama van Alan J. Pakula, bekroond met een Oscar voor de Beste Vrouwelijke

Hoofdrol voor de prestatie van Meryl Streep

Met: Meryl Streep (Sophie Zawistowska), Kevin Kline (Nathan Landau), Peter MacNicol

(Stingo), Rita Karin (Yetta Zimmerman), Stephen D. Newman (Larry) e.a.

VS – 1982

New York, 1947. Beginnend schrijver Stingo trekt naar New York in de hoop daar carrière te

maken. In een smoezelig pension ontmoet hij de onderzoeker Nathan Landau en zijn vriendin

Sophie, een Poolse vluchtelinge. De relatie van Nathan en Sophie roept vragen op bij Stingo,

want Nathan heeft regelmatig gewelddadige buien en Sophie lijkt een of ander vreselijk

geheim met zich mee te dragen. Al gauw ontdekt Stingo dat Sophie tijdens de oorlog

vreselijke beproevingen heeft moeten doorstaan in een concentratiekamp. Haar relatie met

Nathan komt onder druk te staan door de demonen uit haar verleden en door Nathans obsessie

met de holocaust.



GOSFORD PARK – 30 juli


Komedie van Robert Altman

Met: Maggie Smith (Constance Trentham), Michael Gambon (William McCordle), Clive

Owen (Robert Parks), Kristin Scott Thomas (Sylvia McCordle), Ryan Phillippe (Henry

Denton), Jeremy Northam (Ivor Novello), Helen Mirren (Mrs Wilson), Kelly Macdonald

(Mary Maceachran), Emily Watson (Elsie) e.a.

VS/GB/Duitsland/Italië – 2001

Engeland, 1932. De rijke aristocraat Sir William McCordle nodigt zijn familie en vrienden uit

voor een jachtpartij op zijn landgoed. Samen met zijn jonge vrouw Lady Sylvia ontvangt hij

zijn gasten en die hebben elk ook een paar bedienden meegebracht. Beneden staan de butler

Mr. Jennings en de huishoudster Mrs. Wilson in voor de ontvangst van die bedienden en voor

de hele omkadering van het weekend. De wereld boven verschilt erg met die beneden, maar

één ding hebben ze allemaal gemeen: ze hebben allebei hun geheimen en problemen.



SUNSHINE – 6 augustus


Hongaarse familiekroniek van István Szabó, genomineerd voor drie Golden Globes

waaronder Beste Film in de categorie Drama

Met: Ralph Fiennes (Ignatz Sonnenschein/Adam Sors/Ivan Sors), Rosemary Harris (oudere

Valerie Sors), Rachel Weisz (Greta Sors), Jennifer Ehle (jonge Valerie Sonnenschein/Sors),

Molly Parker (Hannah Wippler Sors) e.a.

Hongarije/Duitsland/Canada/Oostenrijk – 1999

Hongarije,18de eeuw. Wanneer de joodse Aaron en Josefa Sonnenschein omkomen in een

explosie, trekt hun alleen achtergebleven zoon Emmanuel naar Boedapest. Emmanuel brengt

er een kruidendrankje op de markt dat van hem een succesvolle zakenman maakt. Hij trouwt

er met Rose en ze krijgen samen twee kinderen. Hun zoon Ignatz krijgt op zijn beurt twee

zonen, maar die voelen zich steeds meer bedreigd door het toenemende antisemitisme. De

familie Sonnenschein verandert haar naam in Sors in de hoop niet als joden herkend te

worden en zoon Adam bekeert zelfs zich tot het katholicisme, maar het mag niet baten. Adam

komt op een afschuwelijke manier aan zijn einde en zijn zoon Ivan besluit wraak te nemen.



IRIS – 20 augustus


Biografische film van Richard Eyre, naar het boek van John Bayley over zijn vrouw Iris

Murdoch

Met: Judi Dench (Iris Murdoch), Jim Broadbent (John Bayley), Kate Winslet (jonge Iris

Murdoch), Hugh Bonneville (jonge John Bayley), Penelope Wilton (Janet Stone), Juliet

Aubrey (jonge Janet Stone) e.a.

GB – 2002

Oxford 1956. De naïeve en wereldvreemde professor John Bayley wordt verliefd op de

charismatische en zelfzekere filosofiedocente Iris Murdoch. De twee trouwen en ook tijdens

hun huwelijk blijft John helemaal in de schaduw staan van zijn briljante echtgenote, die in de

loop der jaren uitgroeit tot een wereldberoemde en alom gewaardeerde schrijfster. Wanneer

zij in de jaren '90 tekenen van dementie begint te vertonen, is John dan ook helemaal het

noorden kwijt. Maar naarmate Iris meer en meer in de greep van Alzheimer geraakt, herpakt

hij zich en verzorgt hij haar met grote toewijding.



THE MERCHANT OF VENICE – 27 augustus


Kostuumdrama van Michael Radford naar een komedie van William Shakespeare

Met: Al Pacino (Shylock), Jeremy Irons (Antonio), Joseph Fiennes (Bassanio), Lynn Collins

(Portia), Zuleikha Robinson (Jessica) e.a.

Italië/UK – 2004

De jonge Bassanio vraagt de rijke koopman Antonio om driehonderd dukaten, zodat hij het

meisje waarop hij verliefd is een huwelijksaanzoek kan doen. Antonio, die een goede vriend

is van Bassanio, kan hem echter niet meteen helpen omdat hij al zijn kapitaal geïnvesteerd

heeft in koopwaar die zich nu op koopmansschepen op zee bevindt. Daarom ziet hij zich

genoodzaakt om geld te lenen bij de inhalige joodse Shylock. Die laatste weet dat Antonio

neerkijkt op hem en daarom doet hij hem een merkwaardig aanbod: Antonio kan het geld

lenen zonder intrest, maar als hij het na drie maanden niet kan terugbetalen, is Antonio

Shylock een pond van zijn eigen vlees verschuldigd. Antonio gaat in op het aanbod, maar

komt in de problemen als de schepen met zijn lading zinken. 



HOUSE OF THE SPIRITS – 8 oktober


Romantisch drama van Bille August naar de roman van Isabel Allende

Met: Jeremy Irons (Esteban Trueba), Meryl Streep (Clara), Glenn Close (Ferula), Winona

Ryder (Blanca), Antonio Banderas (Pedro) e.a.

Duitsland/Denemarken/Portugal/VS – 1993

Chili, 1926. De jonge Esteban is verliefd op de welgestelde Rosa, maar hij heeft niet genoeg

geld om haar ten huwelijk te kunnen vragen. Speciaal voor haar gaat hij daarom maandenlang

in de goudmijnen werken, maar Rosa sterft voor Esteban met haar kan trouwen. Esteban is er

ondersteboven van en hij trekt naar Trés Marias, een verlaten haciënda. Met jaren hard

werken slaagt hij erin om van Trés Marias een bloeiend bedrijfje te maken, maar hij is een

hardvochtige baas voor zijn werklui. Jaren later ziet Esteban Clara terug, de jongere zus van

zijn geliefde Rosa. Esteban en Clara trouwen en krijgen samen een dochter, Blanca. Wanneer

ze oud genoeg is, begint Clara een affaire met een jonge revolutionair, zeer tegen de zin van

haar vader…




Documentaires


Congo River – 18 juni


Belgische documentaire van Thierry Michel over een reis langs de Congorivier, van de

monding tot de bron, dwars door de indrukwekkende equatoriale natuur en langs plaatsen die

getuigen van de woelige geschiedenis van het land, maar ook van de onverwoestbare

levenskracht van zijn bewoners. 

De film voert ons mee door het grootste rivierbekken ter wereld. De 4.370 km lange tocht is

een ode aan het leven; het leven dat even overrompelend is als de niet in te tomen

plantengroei op de oevers. We zien het lief en leed van de mensen die er wonen, de feesten en

ceremonies die hun bestaan mee bepalen. Tijdens een lange boottocht op het bevaarbare deel

van de Congorivier maken we kennis met hun dagelijkse leven. Het scheepskonvooi is als een

dorp. Er wordt gehandeld en verhandeld, gekocht en gekookt, kortom geleefd op het ritme van

de dagen, van de zon en de regen. 

Onderweg ontdekken we ook de getuigen van de geschiedenis van dit land, terwijl de

archieven ons herinneren aan de mannen die het lot van dit Afrikaanse land bepaalden: de

ontdekkingsreizigers Livingstone en Stanley, de koloniale koningen Leopold II en Boudewijn

I, de Afrikaanse leiders Lumumba en Mobutu. Ziekte, uitbuiting, vernedering, burgeroorlog:

niets is Congo bespaard gebleven.  

Langs de oevers van de rivier staan de paleizen van Mobutu te vervallen. In een klein

dispensarium proberen een zuster en een verpleegster vrouwen en meisjes te troosten die door

de Maï-Maï zijn verkracht en geterroriseerd. Maar achter dit 'heart of darkness' ligt er ook

hoop. De hoop van dynamische en levenslustige mensen: verkoopsters, handelaars, vissers,

dokters en religieuzen die vastbesloten zijn hun leven, hun land weer op te bouwen. 

De reis is ook een persoonlijk traject; de zoektocht van een cineast die al drie films over

Congo draaide. Met “Congo River” zet Thierry Michel die verkenning naar duister en licht

voort, gedragen door het verlangen om nog dieper door te dringen in de mysteries en de ziel

van dit land en zijn evenaarswoud. Een queeste doorheen de tijd en het verleden van deze

statige rivier die zijn weg sinds de eeuwigheid en voor de eeuwigheid voortzet. 



Children of Aberfan – 25 juni


Documentaire over de aardverschuiving op een mijnterril in het Welshe dorpje Aberfan

waarbij in 1966 bijna 150 mensen om het leven kwamen.

Op vrijdag 21 oktober 1966 iets na negen uur 's ochtens kwam een deel van een mijnterril in

het dorpje Aberfan in South Wales naar beneden. De stroom mijnafval vernielde twintig

huizen en een hoeve en maakte de Pantglas Junior School met de grodn gelijk. De leerlingen

hadden net 'All Things Bright and Beautiful' gezongen in de feestzaal van de school en waren

daarna teruggekeerd naar hun klassen, die vlak aan de voet van de berg lagen. In totaal

kwamen 144 mensen om, onder wie 116 kinderen, meestendeels tussen 7 en 10 jaar oud. De

ramp veroorzaakte een golf van ontzetting in Groot-Brittannië en de rest van de wereld.

Hoewel snel duidelijk werd dat er grote menselijk fouten waren begaan bij de aanleg van de

terril, waste de national Coal Board zijn handen in onschuld en schreef de aardverschuiving

toe aan louter geologische factoren. De Amerikaanse fotograaf Chuck Rapoport maakte voor

Life Magazine een reportage over de tragedie. Zijn foto's werden iconische beelden voor

miljoenen mensen over heel de wereld. Veertig jaar later reisde hij terug naar Aberfan om te

onderzoeken wat er onedrtussen gebeurd is met het dorp en met de kinderen die het toen

overleefd hebben. Zij zijn nu volwassenen, maar velen van hen hebben het trauma nog altijd

niet verwerkt en hebben er nooit over willen praten…


The Massie Affair – 16 juli


Documentaire over een pijnlijke en onverkwikkelijke zaak van vermeende verkrachting in het

paradijselijke Hawaï van de jaren '30, met verregaande juridische en racistische gevolgen.

In september 1931 ging Navy-luitenant Thomas Massie met zijn jonge vrouw Thalia naar een

feestje in de Ala Wai Inn, een club in Honolulu. Het koppel stond bekend om zijn

stormachtige relatie en ook nu kwam het tot een ruzie tussen de twee. Thalia stormde

woedend naar buiten. Uren later verscheen ze weer ten tonele. Ze zei dat ze verkracht was

door vijf 'autochtonen' al had ze in het donker niemand goed kunnen zien. Al snel werden vijf

verdachten opgepakt: twee Hawaianen, een Hawaiaanse Chinees en twee Japanners. Later

bleek dat de arrestaties onder druk van de Navy waren gebeurd, onder meer van Admiraal

Yates Stirling, de bevelhebber van Pearl Harbor. De zaak zorgde voor hoog oplaaiende

emoties in pers en publieke opninie. De verdachten werden nog voor het proces aan de

schandpaal genageld. Toch werd er in Honolulu volop geroddeld over Thalia's lichtzinnige

gedrag en haar relaties met andere officieren. Op het proces in november pakte de jonge

vrouw uit met een emotionele getuigenis en verregaande details over wat haar overkomen

was. Ze beweerde nu toch dat ze de verdachten herkende. Er was evenwel geen enkel bewijs

en de vijf mannen werden vrijgesproken. Maar daarmee was de zaak nog lang niet afgelopen:

Thomas Massie en Thalia's moeder besloten het recht namelijk in eigen handen te nemen…



Black September – 20 augustus

Nog geen info beschikbaar



Into the Arms of Strangers: Stories of the Kindertransport – 27 augustus


Tweedelige documentaire van Mark Jonathan Harris over het "Kindertransport": de emigratie

van 10.000 Joodse kinderen uit Duitsland, Oostenrijk en Tsjechoslavakije naar Groot-

Brittannië, net voor het begin van de Tweede Wereldoorlog. De kinderen ontsnapten zo aan

het dreigende Nazi-gevaar, maar moesten wel afscheid nemen van hun familie voor een

onzekere toekomst in een vreemd land. De film won in 2001 de Oscar voor de beste

documentaire.  

Toen Hitler aan de macht kwam werden Joden in Duitsland en Oostenrijk steeds meer

gediscrimineerd door anti-semitische wetten. De Joden zelf en de internationale gemeenschap

vreesden dat het alleen maar erger zou worden en daarom werden vanaf december 1938 met

een aantal treintransporten 10.000 Joodse kinderen naar Groot-Brittannië gebracht. Daar

kwamen ze in gastgezinnen of weeshuizen terecht. De nazi's verleenden hun medewerking

aan deze 'gedwongen emigratie', maar de regels waren strikt: elk kind mocht één koffer en een

rugzak meenemen, waarvan de inhoud streng gecontroleerd werd. Sommige kinderen voelden

zich meteen thuis in hun nieuwe 'vaderland' en hadden een hechte band met hun pleegouders.

Anderen konden niet aarden in hun nieuwe omgeving en voelden zich er altijd behandeld al

vreemden. Maar voor élk van de kinderen was het een traumatische ervaring. Er was niet

alleen het pijnlijke afscheid van hun ouders, familie en vrienden: velen beseften of vreesden

wel degelijk dat het voorgoed zou zijn. Maar daarnaast kwamen de kinderen ook in een totaal

vreemde wereld terecht. Ze spraken de taal niet en kenden de cultuur en gewoontes niet. En ze

moesten vaak van de ene op de andere dag volwassen worden. Na de oorlog waren vele van

de geëmigreerde kinderen ook effectief wezen geworden: hun ouders en vaak hun hele familie

waren omgekomen in de concentratiekampen. Anderen hadden meer geluk en werden na 1945

herenigd met hun familie. Maar de vreugde bij het weerzien werd altijd getemperd door de

schrijnende ervaringen. 

De documentaire bestaat grotendeels uit getuigenissen van de kinderen van toen (ondertussen

zelf bejaarden), en – in sommige gevallen – hun ouders en pleegouders. De getuigen kijken

recht in de camera en hun gezicht en hun emoties spreken boekdelen: pijn, verdriet, moed en

waardigheid. Die beelden worden aangevuld, ondersteund of gecontrasteerd door foto's uit

hun jeugd. Het resultaat is een aangrijpend document over liefde en verlies, over de

subjectiviteit van de herinnering en over de betekenis van familiebanden, zowel biologisch als

sociaal. 




Donderdag



Op donderdag is er een herhaling van De weg naar Mekka (19 juni tot 21 augustus, om 21.10

u.), maar ik weet niet of je dat als geschiedenis kunt beschouwen.


Nog tot 12 juni: Genius of Photography, om 22.00 u.


Verder ook een herhaling van Simon Schama's Power of Art, van 19 juni tot 7 augustus om

22.00 u.


Vanaf 28 augustus Dan Cruickshank's Adventures in Architecture, acht afleveringen, om

22.00 u.



The Genius of Photography


Zesdelige documentaire BBC-reeks over de fotografie, haar ontstaan en evolutie, en haar

verschillende toepassingsvormen. 

De serie plaatst de fotografie in een breed perspectief (sociaal, politiek, economisch en

artistiek) en belicht de verschillende fotografische genres: kunst, nieuws, reportages,

landschappen en portretten. Maar de reeks focust op de eerste plaats op de geschiedenis van

de fotografie: het historische verhaal van de eerste fotografische experimenten in de jaren '40

van de 19de eeuw tot de huidige 'digitale revolutie', die niet alleen de manier heeft veranderd

waarop we naar foto's kijken - letterlijk en figuurlijk - maar ook de fysieke aspecten van de

fotografie zelf. De serie onderzoekt verder wat een foto van Nan Goldin of Henri Cartier-

Bresson nu eigenlijk onderscheidt van de miljoenen plaatjes die wij allemaal samen dagelijks

schieten. Zo maken we ook kennis met iconische foto's, mijlpalen in de geschiedenis van de

fotografie en de illustere figuren die de fotografie in de voorbije 170 jaar vorm en kleur

hebben gegeven, van Louis Daguerre tot Robert Capa en van Margaret Bourke-White tot

Cindy Sherman. 



Deel 1 : "Fixing the Shadows"


In deze eerste aflevering gaan we op zoek naar de vroegste geschiedenis van de fotografie,

van de 'camera obscura', een fenomeen dat al bekend was bij Grieken en Romeinen, tot de

grote doorbraak tijdens de Grote Oorlog. We zien hoe de wiskundige Henry Fox Talbot zijn

frustratie omdat hij niet kon tekenen, kanaliseerde in zijn fotografische experimenten, en hoe

zeer de schilder Edgar Degas onder de indruk was van deze nieuwe ontdekking.

Verschillende fotografische procédés en patenthouders probeerden in die pioniersjaren de

bovenhand te halen. Er waren ook conflicten tussen mensen die de fotografie alleen als

kunstvorm beschouwden en degenen die ze wilden populariseren. Eén van hen, George

Eastman, beslechtte het pleit definitief met zijn gebruiksvriendelijke Kodak-toestellen…



Deel 2 : "Documents for Artists"


Na de Grote Oorlog was de fotografie uitgegroeid tot één van de belangrijkste massamedia.

Artiesten onderzochten haar mogelijkheden als nieuwe kunstvorm en regeringen zagen er een

krachtig propagandamiddel in. De fotografie werd ook gebruikt voor documentaire en

journalistieke doeleinden. Fotografen richtten hun lenzen op de miserie van de gewone man

(ondermeer in de depressiejaren) en die van onderdrukte minderheden. In deze aflevering is

er onder andere veel aandacht voor het werk van Alexander Rodchenko, August Sander, Man

Ray, Walker Evans en Dorothea Lange. 



Deel 3 : "Right Place, Right Time?" – 22 mei


"Als je foto's niet goed genoeg zijn, dan was je niet dicht genoeg": dat beroemde citaat van

Magnum-medestichter Robert Capa illustreert de ambitie en het ideaal van fotojournalisten

die vroeger en nu, en overal ter wereld ooggetuigen willen zijn van de geschiedenis. Op het

juiste moment op de juiste plaats zijn: daar komt het op aan. In deze aflevering maken we

kennis met het werk van een aantal fotografen tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog,

zoals de Magnum-fotografen Philip Jones Griffiths en Susan Meiselas, soldaat-fotograaf

Tony Vaccaro en Jon Snow. Het waren dramatische en tragische tijden en de foto's over D-

Day, de Holocaust en Hiroshima zijn dan ook navenant. 



Deel 4 : "Paper Movies" – 29 mei


Aan het einde van de jaren '50 begon het gouden tijdperk van de fotografische reizen die vaak

prachtige 'papieren filmreportages' opleverden. In deze aflevering volgen we de voetsporen

van een paar van die reizende fotografen, zoals Robert Frank, die in de jaren '50 een epische

reis maakte door de Verenigde Staten, en William Klein, die na een jarenlang verblijf in

Europa, met de frisse en scherpe blik van de buitenstaander een opmerkelijke fotoreportage

over New York maakte. De doorbraak van de kleurenfotografie bij 'ernstige fotografen' was

in die tijd al even controversieel als de overschakeling van Bob Dylan naar de elektrische

gitaar. Naast de genoemde fotografen komen in deze aflevering onder meer William

Eggleston, Robert Adams, Joel Sternfeld en Ed Ruscha aan bod. 



Deel 5 : "We Are Family" – 5 juni


Nadat ze straten en wegen had veroverd, overschreed de fotografie ook de ultieme grens: ze

drong binnen in het huis en het privéleven van de mens. Deze aflevering gaat over de foto's

die mensen maken van anderen en van zichzelf, over de manier waarop de fotograaf

persoonlijke relaties vertaalt naar fotografische. De documentaire focust daarbij vooral op de

jaren '70 (een echt 'ik'-decennium) en de jaren '80 (een ik-ik-ik-decennium), maar we

bekijken ook de respectvolle 'freaks'-foto's van Diane Arbus uit de jaren '50 en de

confrontaties van Richard Avedon met celebrities als Marylin Monroe. Ook het werk van

Nan Goldin en Nobuyoshi Araki.



Deel 6 : "Snap Judgments" – 12 juni


Wat is een foto waard? Dat onderzoekt deze laatste aflevering in de reeks. We zien hoe de

fotografie haar plaats heeft veroverd in de artistieke 'canon'. Dat blijkt onder meer uit de

fenomenale bedragen die soms betaald worden voor een foto: tot 3 miljoen dollar. Anderzijds

heeft de digitale revolutie de fotografie democratischer en goedkoper gemaakt dan ooit

tevoren. Maar er zijn ook mensen die om nostalgische of artistieke redenen terugkeren naar

de roots en zweren bij fotografische technieken uit de 19de eeuw. We bekijken onder meer het

werk van Jeff Wall, Andreas Gursky, Gregory Crewdson en Wang Qingsong, de

belangrijkste hedendaagse Chinese fotograaf. 




The Power of Art


The power of art is een zevendelige reeks kunsthistorische documentaires waarin

professor, auteur en televisiemaker Simon Schama op verrassende en meeslepende

manier zeven meesterwerken analyseert die ieder op hun eigen manier voor een

keerpunt hebben gezorgd in de geschiedenis van de visuele verbeelding. 


Aan de hand van foto's en beelden van de kunstwerken, en dramatische reconstructies nodigt

Schama ons uit om zeven iconische meesterwerken uit de kunstgeschiedenis op een nieuwe en

onbevangen manier te bekijken, van Carravagio's "David met het hoofd van Goliath" over

Rembrandts "Samenzwering van Claudius Civilis" en Picasso's "Guernica" tot Rothko's

"Zwart op kastanjebruin". Hij neemt ons mee naar de tijd en de context waarin ze tot stand

zijn gekomen. Daarbij is er één constante: elk van de kunstenaars had zijn eigen, persoonlijke

en artistieke agenda, een drijfveer die hen stimuleerde om zich af te zetten tegen de

verwachtingen en tradities van hun tijd en milieu. Dát is de motor van verandering, ook in de

manier waarop wij naar kunst én naar de wereld kijken. 


Simon Schama: "De kracht van grote kunst is dat zij een openbaring teweegbrengt, dat ze ons

losrukt uit onze gewone manier van kijken. Na zo'n openbaring, bekijken we een gelaat, een

kleur, een lucht of een lichaam met een ander gezicht: in-zicht. Dat kan gepaard gaan met een

intens esthetisch genot, maar ook met verbijstering, pijn, verlangen, medelijden en zelfs

afgrijzen. Dat soort kunst schijnt onze zintuigen aan te scherpen. Ze doet ons de wereld op

een andere manier bekijken. Kunst die zo hoog mikt, of ze nu van Caravaggio, Van Gogh of

Picasso is, kwam niet tot stand zonder problemen en conflicten. Natuurlijk is er in de loop der

tijden heel wat grote kunst gemaakt in een sfeer van sereniteit. Maar het populaire idee dat

sommige meesterwerken werden gecreëerd onder grote druk, door kunstenaars die moesten

vechten voor de integriteit van hun schepping, is allesbehalve een 'romantische mythe'.''


Simon Schama werd in 1945 geboren in Londen. Hij studeerde in Christ's College,

Cambridge, waar hij daarna assistent werd. Hij doceerde geschiedenis en sociale

wetenschappen in Oxford, Harvard en Columbia University. Hij is een gewaardeerd en

bekroond auteur, criticus voor de New Yorker en essayist voor The Guardian. Voor de BBC

maakt hij eerder de alom geprezen reeks A History of Britain. 



Deel 1: Caravaggio – 19 juni

David met het hoofd van Goliath (1601)


Rome, 1603. De godsdienstoorlog woedt ook op het artistieke vlak. De protestanten

vernietigen schilderijen en de katholieken gebruiken ze om de ziel van de gelovigen te

winnen. In hun ogen moet de schilderkunst de schoonheid van de schepping weerspiegelen.

Michelangelo schildert goddelijke lichamen en Raffael engelachtige gezichten. En dan komt

daar ene Caravaggio. Hij zegt dat het mysterie van het geloof juist is dat Christus een mens

van vlees en bloed was. En zo schildert hij hem en zijn metgezellen dan ook: aardser en

lichamelijker dan welke andere schilder ook. Zijn modellen haalt hij van de straat, uit cafés en

bordelen. De goegemeente is geschokt wanneer Caravaggio's Judith uit het Oude Testament

als twee druppels lijkt op één van de meest beruchte hoeren van de stad. Caravaggio schildert

beweging en actie. Ook in 'David met het hoof van Goliath' barsten de figuren uit hun kader.

Hij toont de kracht van spieren, het gewicht van vlees, de pijn van wonden. Hij toont dat

kunst de werkelijkheid kan tonen zoals ze is en niet alleen zoals sommigen zouden willen dat

ze is. Zo verandert Caravaggio voorgoed de manier waarop mensen naar kunst kijken, en de

betekenis ervan.



Deel 2: Rembrandt – 26 juni

De samenzwering van Claudius Civilis (1666)


Met zijn Nachtwacht had Rembrandt in 1642 het onmogelijke gedaan: een groots, heroïsch en

dramatisch tafereel schilderen met elementen van de middelmatigheid, meer bepaald de

portretten van de rijke zakenlui die zijn opdrachtgevers waren. Een kleine twintig jaar later

was hij 'passé': te ruw, te hard en te waarheidsgetrouw voor een cliënteel dat vond dat kunst

de werkelijkheid mooier en beter moest afbeelden dan ze was. Maar in 1660 kreeg Rembrandt

toevallig een laatste kans. Eén van zijn vroegere leerlingen moest de binnenmuren van het

nieuwe stadhuis op de Dam beschilderen, maar overleed nog voor hij aan het werk kon

beginnen. Rembrandt mocht een stukje ervan overnemen. Hij maakte een schilderij met als

thema: de opstand van de Batavieren tegen de Romeinen. Heroïsch was het genoeg: de

voorvaderen van de Amsterdamse leiders die zich verzetten tegen de Romeinen, zoals hun

ouders zich hadden verzet tegen de Spanjaarden. Maar de uitwerking! De Batavieren werden

(af)geschilderd als een bende halve wilden, zonder verfijning, met de barbaarse gelaatstrekken

van de mannen en vrouwen die Rembrandt dagelijks uit de kroeg aan de overkant van de

straat zag komen. Niks verfijning, niks elegantie, niks grandeur. Na een paar maand werd het

schilderij dan ook verwijderd uit het stadhuis. Rembrandt sneed het centrale stuk eruit en zo is

het bewaard gebleven. Gelukkig maar, want naar onze esthetische normen is 'De

samenzwering van de Batavieren' een indrukwekkend meesterwerk, een eerbetoon aan de

kracht van het volk, gewone mensen die op hun eigen, ongepolijste manier hun lot in handen

nemen. 



Deel 3: Bernini – 3 juli

Visioen van de H. Theresa (1652)


In het Rome van de jaren 1630 diende de barokke kunst van beeldhouwers en architecten de

zaak van de paus en de katholieke kerk. Hun ontwerpen waren zo virtuoos en gedurfd dat ze

de wetten van de zwaartekracht leken te trotseren, zoals het geloof de mens onttrok aan het

aardse en de ziel richtte op het hemelse. Primus inter pares was Gian Lorenzo Bernini:

wonderkind, meesterarchitect, bevlogen beeldhouwer, maar ook flamboyante man van de

wereld en persoonlijke vriend van paus Urbanus VIII. Maar in de late jaren '40 begon

Bernini's ster te tanen. De rivaliteit met coming man Francesco Borromini was moordend; zijn

beschermheer, paus Urbanus was overleden en tot overmaat van ramp kwamen er barsten in

de klokkentoren die hij voor Sint Pieters had gebouwd. De toren moest worden afgebroken en

tegelijkertijd stortte ook Bernini's reputatie in. Maar Bernini sloeg terug met een meesterwerk

zonder weerga: 'Het visioen van de heilige Theresa' (1652), een beeldhouwwerk dat een

tafereel uit het leven van Theresa van Avila uitbeeldde: haar mystieke droom over een engel

die haar doorstak met een lans, zoals dat ook met Jezus was gebeurd. Het beeld combineert

mystiek en erotiek, lichamelijk genot met spirituele verrukking. Het publiek was verbijsterd

door deze heilige 'peepshow', dit miraculeuze en tegelijk schandaleuze meesterwerk.



Deel 4: Turner – 10 juli

Het slavenschip (1840)


In 1840 was William Turner zestig jaar oud. Zijn schilderkunst evolueerde steeds verder weg

van de af-beelding, naar kleur en impressie. Dat jaar bracht hij zeven schilderijen naar de

jaarlijkse tentoonstelling van de Royal Academy. Ze zorgden voor een schandaal. Vooral het

doek 'The Slave Ship' kreeg het zwaar te verduren van conservatieve critici. Het schilderij is

één explosie van scharlakenrood en goud, ergens op een oceaan, in het oog van een storm.

'Gezwadder met verf', 'gesmos', 'keukenaccident': zo werd het werk minachtend bestempeld.

Maar precies door de nadruk te leggen op kleur en niet langer de werkelijkheid af te beelden

zoals ze verschijnt, liep Turner vooruit op de discussie over kunst die zou ontstaan door de

uitvinding van de fotografie, enkele decennia later: als de camera perfecte tweedimensionale

afbeeldingen kon maken van de realiteit, wat bleef er dan nog over voor de kunst? Turners

kleurennevels waren één antwoord op die vraag: de subjectieve indruk van de artiest. Maar er

was ook nog een andere reden waarom de conservatieven 'The Slaveship' zo haatten. De

volledige titel van het doek was 'Slavers throwing overboard the dead and dying – typhoon

coming on'. Het herinnerde aan een incident uit de Britse slavenhandel in de 18de eeuw. En

daar werd de Britse upper class liever niet mee geconfronteerd. Ook in die zin was het doek

grensverleggend modern.



Deel 5: Van Gogh – 17 juli

Korenveld met kraaien (1890)


Met Van Gogh zijn we helemaal in de moderne kunst beland. Kunst moet geen kopieën meer

maken van de realiteit. Daarvoor bestaat nu de fotografie. Kunst moet doen wat de fotografie

niet kan: sfeer en gevoel weergeven en op haar eigen manier, met haar eigen vormen en

kleuren, zintuiglijke waarnemingen evoceren. Kleur was voor Van Gogh erg belangrijk: niet

de vale kleuren van musea en academische kunst, maar kleuren waar kinderen en eenvoudige

mensen instinctief op reageren. Zoals in 'Korenveld met kraaien' (1890), met zijn dominante

gele en blauwe kleuren, en de onheilspellende zwarte stippen van de kraaien en de dreigende

lucht. Kunst was voor de labiele Van Gogh ook een balsem op de wonden van het leven. Maar

soms kan ook kunst de kunstenaar niet redden. Korte tijd nadat hij dit schilderij maakte,

pleegde Van Gogh zelfmoord. 



Deel 6: Picasso – 24 juli

Guernica (1937)


Voor Picasso mocht kunst zich niet inlaten met politiek en geschiedenis, maar door de terreur

van de nazi's tijdens de burgeroorlog in zijn vaderland Spanje zag hij zich genoodzaakt zijn

eigen credo te verloochenen. In zijn Guernica (1937) bundelde hij de krachten van eeuwen

kunsttraditie met die van zijn eigen kubistische moderniteit in een striemende aanklacht tegen

het oorlogsgeweld. De Guernica bevat verwijzingen naar de oude apocalyptische

altaarstukken, naar de middeleeuwse miniatuurkunst, naar Rubens en Goya, maar het is ook

een bijna journalistieke zwart-wit reportage over het brutale nazi-bombardement op het

Baskische dorpje Guernica. Op de Internationale Tentoonstelling van Parijs hing het doek in

het paviljoen van de geteisterde Spaanse Republiek, naast de reactionaire nazikunst van het

Derde Rijk en de kunstdinosaurussen van de Sovjet-Unie. Een Gestapo-officier die Picasso

bezocht in Parijs, vroeg hem of hij het doek had gemaakt. "Nee", antwoordde Picasso:

"jullie".



Deel 7: Rothko – 31 juli

Zwart op kastanjebruin (1958)


In 1958 kreeg de Lets-Amerikaanse expressionist Mark Rothko de opdracht een reeks grote

abstracte schilderijen te maken voor een vijfsterrenrestaurant in hartje Manhattan: het

walhalla van het kapitalisme en naar Rothko's eigen oordeel "een plaats waar de rijke

klootzakken van New York komen eten en opscheppen. Ik hoop dat ik hun eetlust kan

bederven". Hoewel hij de opdracht te danken had aan het lucratieve New Yorkse zakenleven

in de jaren '40 en '50, wou hij daar dus ook mee afrekenen. De immense kleurencompositie

'Black on Maroon' (bijna 4 op 3 meter) behoort tot een serie doeken die in de eetzaal van het

restaurant werden opgehangen. Toen Rothko later het restaurant bezocht, stelde hij verbitterd

vast dat geen enkel kunstwerk, zelfs dat van hem niet, de zakenlui van hun foie gras en hun

financiële besprekingen kon houden. Daarop betaalde hij het geld terug en liet hij zijn

schilderijen verwijderen.  



Deel 8 : David –– 7 augustus

De dood van Marat (1793)


Ook de kunst kent haar 'kazakdraaiers'. Neem nu Jacques-Louis David. Ooit was hij de

protégé van  Lodewijk XVII en de aristocraten, maar in 1789 kiest hij resoluut voor de

revolutie. Kunst, zo vindt hij plots, mag niet meer ter amusement van de rijken dienen, maar

moet leren, inspireren en de mens beter maken. Voortaan schildert David voor de nieuwe

machthebbers: het terreurbewind van de Jacobijnen. En speciaal voor hen vindt hij een

nieuwe toepassing uit van de schilderkunst: de politieke propaganda. Het meest treffende

voorbeeld daarvan is zijn schilderij "De dood van Marat" uit 1793 (te bezichtigen in het

Museum voor Schone Kunsten in Brussel). De radicale en meedogenloze revolutionair Jean-

Paul Marat werd in zijn bad vermoord door de jonge Charlotte Corday, die zo de heksenjacht

van de Jacobijnen wil stoppen. Maar Davids schilderij maakt van Marat een martelaar. Als

slachtoffer van de 'reactionaire krachten' ligt hij als de vermoorde onschuld in zijn bad. Geen

spoor meer van de psoriasis die zijn huid teisterde: zijn lichaam is zo gaaf als dat van de

vermoorde Christus in een Piéta. En dat is het schilderij ook: een altaarstuk voor de nieuwe

religie van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid. De mensen die het schilderij zien, zijn

geschokt door de wrede moord op deze kwetsbare man en keren zich tegen de moordenares.

Het gevolg was een nóg harder schrikbewind van de Jacobijnen. En sindsdien bedient élk

politiek regime zich van de macht van het beeld. 




Dan Cruickshank's Adventures in Architecture


Die teksten zijn nog niet klaar. Voorlopig daarom de originele BBC-teksten: 


1. BEAUTY – 28 augustus

Igloo, Ittoqortoormiit, Greenland

Giant Buddha, Le Shan, China

Catherine Palace, Pushkin near St Petersburg, Russia

Sun Temple, Konarak, India

Albi Cathedral, France

Dan Cruickshank explores the concept of beauty in architecture, revealing how different

cultures and eras created beautiful buildings that are still bewitching today. In the remotest

part of Greenland, and with the help of an Inuit guide, he builds an igloo, finding beauty in

simplicity and nature as he learns about Inuit culture. Dan then travels to China to the Giant

Buddha of Le Shan, the largest Buddha from the ancient world. He reveals how the beauty of

the Buddha’s features showed the path to Nirvana for pilgrims. Beauty through ornament is

illustrated at Catherine Palace in St Petersburg, a lavish masterpiece of Russian Baroque

featuring the spectacular Amber Room. The palace was all but destroyed during World War

II, and Dan asks if the renovation captures its original sense of beauty? In India, Dan visits the

controversial Sun Temple in Konarak. A place of worship for Hindus, its sexually explicit

statues so appalled the British in the 19th Century that it was almost demolished. His final

destination is the enormous Albi Cathedral in the South of France. Constructed in the Middle

Ages by the Catholic Church to suppress the local population, today the Cathedral’s ingenious

use of bricks and decoration is now an object of beauty and wonder. 



2. DEATH – 4 september

Sedlec Ossuary, Czech Republic

Yaxha Mayan Ruins, Guatemala

Hatshepsut, Egypt

Genoa cemetery, Italy

Varanasi, India

Architecture has always responded to the one immutable fact about life – that we will all die.

Dan travels the globe to explore how different cultures have created incredible architecture

inspired by mortality. In the Czech Republic, Dan reveals the macabre tale of a chapel

decorated with human bones. Even more shocking are the Yaxha Mayan pyramids in

Guatemala – sites of brutal human sacrifice (and where the American TV show Survivor was

filmed). In Egypt, Dan visits the tomb of an Egyptian queen and explores how pharaohs

ensured the passage of their spirit to the after-world through elaborate mortuary temples. He

also visits Europe’s greatest cemetery in Genoa, Staglieno, home to a spectacular collection of

beautiful and erotic statues. Finally, Dan comes face to face with death in Varanasi in India, a

sacred Hindu town where people come to die.



3. PARADISE – 11 september


St Catherine Monastery, Sinai desert, Egypt

Hanging Temple, Hunyuan County, China

Süleymaniye Mosque, Turkey

Kizhi Cathedral, Kizhi, Russia

Sri Ranganthaswamy, Tamil Nadu, India

Since the beginnings of civilisation, humans have attempted to construct Paradise on Earth.

Dan Cruickshank looks at buildings that evoke the image of Paradise across religions and

cultures. In Egypt’s Sinai desert, he explores St Catherine Monastery, one of the world’s

oldest, built on the site of Moses’ Burning Bush. He then travels to China to see the Hanging

Temple, a Taoist temple that seems to hang from a cliff-face. In Turkey, Dan visits the

Süleymaniye Mosque, the most spectacular and beautiful mosque in the world that evokes the

gates of Paradise. He also takes a journey into the Russian wilderness to see two wooden

churches that still function for a tiny congregation today. Finally, Dan loses himself in the

boisterous Holy town of Sri Ranganthaswamy in India, where Hindus come to celebrate the

wonder of Creation. 



4. DISASTER  - 18 september


Dresden, Germany

Jam Minaret, Afghanistan

San Francisco, USA

Palmyra, Syria

No matter how elaborate or magnificent we humans construct our buildings, history has

taught us that they can be obliterated in a matter of minutes in the event of war or catastrophe.

In this episode, Dan explores buildings shaped and threatened by disaster. He visits Dresden

in Germany, a great Baroque city bombed to smithereens during World War II, but now being

reconstructed to its former glory. He risks his life to visit the Minaret of Jam in Afghanistan, a

monument to peace and tolerance in the midst of a war zone. In San Francisco, he finds a city

preparing for an imminent, cataclysmic earthquake and learns what role architecture can play

in saving lives. Finally, in Syria, Dan reveals the tragic tale of Palmyra, a magnificent, ancient

commercial metropolis on the Silk Road, laid waste by the Roman Empire.



5. CONNECTIONS – 25 september


Brasilia, Brazil

Damascus, Syria

Rockefeller Centre, New York, USA

Dharavi, Mumbai, India

Dan Cruickshank sets out to discover how people live together across the globe. On his

travels to Mumbai, New York, Brazil and Damascus, he encounters vibrant communities and

asks why some succeed and others fail. Dan’s visit to Brazil takes him to Brasilia, a city built

by Communists which is now the preserve of the super-rich. In the Middle East he visits

Damascus, said to be the oldest continuously inhabited city in the world. Here, Dan attempts

to unravel the secrets of its longevity. The Rockefeller Center in New York is one of the city’s

most famous skyscrapers. Dan asks how a building which was born out of the American

Depression became a 'city within a city'. And, by contrast, he explores Dharavi in Mumbai.

The biggest slum in India, and a functioning vibrant home to millions, it is now under threat

of demolition.



6. POWER


Ceausescu’s Palace, Bucharest, Romania

Marqab Castle, Syria

Evergreen Plantation, New Orleans, USA

Topkapi Harem, Istanbul ,Turkey

Astana, Kazakhstan

Dan Cruickshank focuses on buildings as gigantic statements of power. The fantasies of

dictators, kings, sultans, warriors and the ruling classes are all exposed as he explores the

world’s palaces of power in Romania, the Middle East, the American South, Turkey and

Kazakhstan. Dan tells the story of Ceausescu’s Palace in Romania, a colossal construction

built by the 20th Century’s last and much-hated Communist dictator. He then travels to the

Middle East, to see Marqab Castle in Syria, constructed by the Crusaders in the 11th Century

to control the passage connecting Asia Minor with the Holy Land and vanquish the Muslims.

In New Orleans, Dan explores a beautiful, imposing plantation house which is in stark

contrast to the slave cabins that situated close by, and examines the living legacy of this evil

practice. He also tells the history of the Topkapi Harem in Istanbul, a place where women,

too, were slaves – but where they could also give birth to the country’s next emperor. Finally,

he visits Astana in Kazakhstan, the newest capital city of the 21st Century. 



7. DREAMS


Shibam, Yemen

Santo Domingo, Dominican Republic

Bhutan, a hidden kingdom in the Himalayas

Eastern State Penitentiary, Philadelphia, USA.

Since building began, architects have tried to build the future, tried to build fantasy worlds,

tried even to change humanity by dreams of new inventions in bricks and mortar. Dan

Cruickshank explores great architecture which has been inspired by dreams. In Yemen, he

reveals an ancient city full of the world’s first skyscrapers – made of mud. Originally named

after its ruler, King Shibam, the city is now nicknamed 'the Manhattan of the desert' due to its

astonishing skyline. Dan also visits Santo Domingo, the oldest city in the New World but now

a fusion of many cultures. It was colonised by the Spaniards,who dreamed of creating the first

grid-style city on the American continent – a model for every modern American city that

would follow. In the remote, ancient Himalayan kingdom of Bhutan, Dan experiences the

dream of a king to live in the past, so that modern buildings are indistinguishable from those

built 500 years before. He also explores how dreams can turn into nightmares in Eastern State

Penitentiary in Philadelphia, an 18th-century prison based on reform, not punishment. Here

society dreamt of reforming criminals into decent men, only to find that their techniques made

them mad.



8. PLEASURE


Taj Hotel, Mumbai, India

Schloss Neuschwanstein, Schwangau, Germany 

Pompeii, Italy

Teatro Amazonas, Manaus, Brazil

Villa Barbaro, Maser, Italy

Dan Cruickshank explores how architecture provides pleasure, both to its creators and to the

people who enjoy the buildings today. In India, he visits one of the world’s greatest and most

luxurious hotels: the Taj, in Mumbai. Like a palace sitting on the ocean’s edge, the hotel is a

vision from the age of the great Maharajahs and the British Raj – a spectacular fusion of East

and West. In Germany, Dan finds the Schloss Neuschwanstein, a mountaintop castle built as a

retreat and homage to Richard Wagner by ‘mad’ King Ludwig II, one of history’s most

outrageous monarchsI. Even today, it is the stuff of fantasy for the many millions of visitors

who reach its heights in the Bavarian mountains. Moving on, to Italy, Dan explores the oldest

brothel in the world in ancient Pompeii, celebrating this Roman playground devoted to

hedonism and excess, frozen in time by a volcano. He then heads for Manaus in the Amazon

basin in Brazil, site of an opera house in the middle of the rainforest. Built on the back of the

rubber trade, the pleasure it brings is a painful mix for the people of the region. Dan finally

explores the Villa Barbaro in northern Italy, one of the world’s most beautiful country villas,

where pleasure was deemed to be created by perfect architecture, and perfect architecture was

arrived at by mathematical proportion – designed by arguably the world’s greatest architect,

Andrea Palladio. 




Vrijdag – zaterdag - zondag


Voor zover ik kan zien, geen geschiedenis op vrijdag, zaterdag en zondag.