Thomas Christensen, Worse than a Monolith: Alliance Politics and problems of Coercive Diplomacy in Asia

Thomas Christensen, Worse than a Monolith: Alliance Politics and problems of Coercive Diplomacy in Asia

Recensie

Nixon, Gorbie en Reagan: de volksvijand, de publieksvrienden en waarom het einde van de koude oorlog de Afghanen geen vrede bracht


Het was in 1962, toen R. Nixon faalde in zijn poging gouverneur van Californië te worden, dat Ronald Reagan besloot republikein te worden. Beiden waren van de westkust en bepaald geen vrienden van de intellectuele university belt van de oostkust. Toen zes jaar later Nixon president werd en Reagan gouverneur in Californië ontwikkelden beiden een kat-en-muisspelletje rond détente. Nixon stond Kissinger toe ontwapeningsgesprekken met Moskou op gang te brengen maar profileerde zich vooral als de man die China uit het isolement haalde. Gouverneur Reagan werd in 1971 als spreekwoordelijke hardliner naar Tsjang in Taipei gestuurd om duidelijk te maken dat Amerika Taiwan niet liet vallen. Japan koos onmiddellijk na Nixons reis naar China voor het aanknopen van officiële relaties met communistisch China in 1972, terwijl de VS ermee wachtten tot 1979. Volgens Bush jr. zijn voormalig onderminister van Buitenlandse Zaken bevoegd voor Azië, Thomas Christensen, had dit alles te maken met de wapenhandel. Dit terwijl precies Tokio had voorkomen dat de VS na 1949 formele banden met de Volksrepubliek China aanknoopten. Nog in 1982 kwam het tot een confrontatie tussen de Reagan regering en Beijing over de verkoop van wapens aan Taiwan.

Nadat in Afghanistan en Pakistan een progressieve wind waaide tussen 1971 en '77 kwamen er daar nationalistische regimes aan de macht. Toen in '79 Iran in handen kwam van ayatollah Khomeiny en Ali Bhutto werd opgeknoopt in Islamabad, vreesde de KGB van Joeri Andropov dat de VSA van Afghanistan hun nieuwe uitvalsbasis zouden maken. Niet zonder moeite werd L. Breznjev ervan overtuigd dat militair ingrijpen nodig was. De Londens-Amsterdamse hoogleraar Artemy Kalinovsky ontleedde het Sovjetbeleid inzake Afghanistan grondig zonder te pretenderen de hele oorlog te kunnen analyseren. Hij steunt op Russische, Amerikaanse en VN-archieven. Samen met het Reaganboek van James Mann krijg je zo een aardig inzicht in de Afghaanse oorlog, die heel wat minder met Iran te maken had dan vaak wordt aangenomen, en al helemaal niet met Islam, zo blijkt. Het is natuurlijk wachten op een auteur die ook de Afghaanse en Pakistaanse bronnen en acteurs kan in kaart brengen, maar beide boeken maken alvast duidelijk dat de breuk tussen Pakistan en de VSA waar tegenwoordig zo veel over te doen is, al einde jaren zeventig er zat aan te komen. Christensen die de Chinese bronnen raadpleegde bevestigt dit. Dat had o.a. met nucleaire diplomatie te maken, die rond 1990 een bevriezing van de Amerikaanse hulp uitlokte. De Sovjetinval in Afghanistan stelde het conflict alleen maar uit.

Merkwaardig genoeg ontpopte Nixon samen met Kissinger in 1987 zich tot criticus inzake de verregaande ontwapening die Gorbatsjov en Reagan in dat jaar wilden afspreken. Het was voor het eerst dat de oud-president na Watergate naar buiten trad om samen met zijn erfgenaam dr. K, die zijn Nobelprijs 'kaapte', te waarschuwen voor nucleaire ontwapening.

Reagan maakte het Gorbatsjov mogelijk zijn wil door te drijven in de binnenlandse politiek van de Sovjet-Unie door dit soort kritiek te overstemmen. Hierdoor kreeg hij immers het aura van de minstens internationaal populaire Gorbie, tegenover een uitgespuwde oude garde. Nadat George Bush sr. Reagan was opgevolgd, maakte Nixon weer een volte face en begon nu kritiek te uiten dat er niet genoeg hulp aan de Perestroika werd verleend. James Mann maakt duidelijk dat Reagan in tegenstelling tot het beeld dat van hem bestaat, niet de ijzervreter was die de koude oorlog won. Hij wilde hem samen winnen met zijn vredespartner. Dat Gorbie zijn intentie zich uit Afghanistan terug te trekken in juli '87 kenbaar maakte in een interview met de Indonesische krant Merdeka was ook een teken aan de wand dat een nieuwe wereld eraan kwam. Een wereld waarin noch de VSA noch de Sovjet-Unie als vijand van de Islam bekend wilden staan. Obama toont zich hierin trouwer aan zijn populairste voorganger dan zijn Russische collega.

Maar ook China kwam met ruimhartige financiële hulp over de brug toen president Musharraf bereid bleek het door Pakistan opgebouwde Talibanregime in Kaboel ten val te brengen, na elf september 2001, maakt Christensen duidelijk. The Great Game, de oude koloniale rivaliteit van de grootmachten, veel meer dan een botsing van beschavingen, verklaart waarom het einde van de koude oorlog de Afghanen geen vrede bracht.



Thomas Christensen, Worse than a Monolith: Alliance Politics and problems of Coercive Diplomacy in Asia, Princeton UP, 2011, 306 blz.
Artemy Kalinovski, A Long Goodbye: the Soviet Withdrawal from Afghanistan, Harvard UP, 2011, 304 blz.
James Mann, The Rebellion of Ronald Reagan, Penguin, 2010, 396 blz.




J. Vangansbeke 

Afbeelding

Bibliografische gegevens

Thomas Christensen, Worse than a Monolith: Alliance Politics and problems of Coercive Diplomacy in Asia, Princeton UP, 2011, 306 blz.