Plinius. De Vesuvius in vlammen. Brieven aan Tacitus

Plinius. De Vesuvius in vlammen. Brieven aan Tacitus

Recensie

Onder de titel De briefwisseling van een minzame Romeinse gentleman wijdde ik in dit tijdschrift (HERMES 2003,1 blz. 6-8) een bijdrage aan Plinius de Jongere en zijn briefwisseling. Dit naar aanleiding van de publicatie van de Nederlandse vertaling door T. Peters van de integrale correspondentie van Plinius. Ik wees daarin op het grote historische belang van deze briefwisseling die overigens aangenaam is om lezen en schreef o.m.: Nu kan iedere leerkracht geschiedenis zelf met deze interessante bron kennis maken om er niet alleen de eigen kennis mee te verrijken maar ook om er heel wat interessante informatie of leerstof voor de lessen geschiedenis uit te halen. Wie dit toen heeft nagelaten omdat hij er (zeer ten onrechte) tegen op zag de hele correspondentie (die in de vertaling toch 350 bladzijden beslaat) door te nemen, krijgt met dit boekje een mooie kans om dit verzuim goed te maken. Althans zeer gedeeltelijk want in dit boekje zijn slechts 11 brieven gebundeld van de 247 (de briefwisseling met Trajanus niet meegerekend). Toch geeft deze selectie al een goed beeld van de persoonlijkheid van Plinius en onthult ze heel wat over de Romeinse samenleving. Terecht schrijft V. Hunink (blz. 14) dat de elf opgenomen brieven eigenlijk een soort Verzamelde brieven in het klein vormen. Sommige zijn heel kort, andere lang. De toon is soms licht en speels, soms ernstig. Het gaat nu eens over alledaagse dingen, dan weer over zoiets groots als literaire faam.

Als criterium voor zijn selectie heeft Hunink de bestemmeling genomen, nl. de elf brieven die Plinius aan de befaamde Romeinse historicus Tacitus heeft gericht. Plinius was blijkbaar goed bevriend met hem. Dat blijkt niet alleen uit de inhoud en de toon van die brieven maar ook uit het feit dat Tacitus de bestemmeling is die het best vertegenwoordigd is in Plinius' correspondentie. Tot die elf brieven behoren ook de twee die Plinius op uitdrukkelijk verzoek van Tacitus schreef en waarin hij uitvoerig de Vesuviusuitbarsting in 79 die Pompeii en Herculaneum bedolf en ook tot de dood van zijn oom, Plinius de Oudere, leidde, beschreef met een overvloed aan details. Ook zeer waarheidsgetrouw: hoe verder het wetenschappelijk vulkaanonderzoek vordert, hoe meer de beschrijving van Plinius wordt bevestigd. Omdat deze uitbarsting nog altijd fascineert (Pompeii behoort tot de belangrijkste toeristische sites van Italië) heeft de vertaler (of de marketing afdeling van de uitgeverij) de selectie de titel De Vesuvius in vlammen meegegeven, een titel die slechts op twee van de elf brieven slaat. In de overige brieven komen allerlei aspecten van de Romeinse samenleving aan bod: sociale relaties, literaire kwesties, evergetisme, Romeins schoolwezen, procesvoering. De vertaler heeft zijn vertaling laten voorafgaan door een gedegen inleiding (blz. 9-22) waarin de lezer eigenlijk alles verneemt wat nodig is om de teksten in context te plaatsen en te interpreteren. Bij iedere brief biedt de vertaler bovendien enkele beknopte toelichtingen. Op de vertaling van de elf brieven aan Tacitus volgt nog de vertaling van uittreksels uit andere brieven waarin Plinius het over Tacitus heeft.

Over de vertaling kunnen we kort zijn: goede wijn behoeft immers geen krans. Zoals in al zijn eerdere vertalingen toont V. Hunink zich andermaal bijzonder taalvaardig met een frisse en vlotte Nederlandse tekst die geen afbreuk doet aan de accuraatheid. Warm aanbevolen!

Hopelijk vormt deze bundel voor de lezer een aansporing om nu ook de volledige correspondentie te lezen die T. Peters vertaalde. Peters en Hunink hebben weliswaar een verschillende stijl van vertalen maar de vertalingen zijn elkaar waard. Om de lezer in staat te stellen zelf te oordelen geef ik hier hun vertaling van de eerste zinnen van brief 1,6.
Hunink: Beste Tacitus, Je zult wel lachen... En dat mag gerust. Drie everzwijnen gevangen, ik, en je kent me. Drie heel fraaie exemplaren nog wel. 'Zelf gevangen?' vraag je. Zelf gevangen. Maar zonder mijn luie vakantieleventje er compleet voor op te geven. Naast de netten zat ik. Geen jachtspies of speer bij de hand, alleen pen en schrijfplankjes. Zo zat ik een beetje na te denken en maakte wat notities. Misschien zou ik met lege handen terugkomen, ja, maar toch minstens met volle wastafeltjes.
Peters: Beste Cornelius Tacitus, Je zult wel lachen en je mag ook lachen. Je kent mij? Let op: ik heb drie everzwijnen gevangen, jazeker, drie prachtexemplaren. Jij!? roep je. Ik. Zonder evenwel daarvoor mijn rust en gemak helemaal op te geven. Ik zat kalm bij het vangnet. Binnen handbereik had ik niet een jachtspies of een piek, maar een schrijfplankje en een griffel. Ik zat op iets te broeden en maakte notities, om eventueel met lege handen, maar in elk geval met een volgeschreven wastablet terug te keren.


Robert DUTHOY
 

Afbeelding

Bibliografische gegevens

Plinius. De Vesuvius in vlammen. Brieven aan Tacitus. Vertaald & toegelicht door Vincent Hunink. Amsterdam, Athenaeum - Polak & Van Gennep 2016. 93 blz. 10 €.