Tom Boiy, Babylon. De echte stad en de mythe.

Tom Boiy, Babylon. De echte stad en de mythe.

Recensie

Al eeuwen spreekt Babylon tot de verbeelding. Voor de Grieken was het dé grootstad bij uitstek en voor de Joden de plaats waar velen lange tijd in ‘Babylonische gevangenschap’ hadden verbleven smachtend naar een terugkeer naar hun vaderland. Via de bijbel is Babylon ook aanwezig in het hedendaagse collectieve geheugen. Denken we maar aan de toren van Babel, de Babelse spraakverwarring en de hangende tuinen van Babylon. In dit mooi geïllustreerd werk schetst T. Boiy, die aan de K.U.L. doctoreerde over de geschiedenis van de stad Babylon na de verovering door Alexander de Grote, de historiek van de stad Babylon vanaf de vroegste vermelding ca 2500 v.C. tot de dag van vandaag. Hij heeft daarbij evenzeer oog voor de geschiedenis zelf als voor de perceptie ervan.

In het eerste hoofdstuk komt de geschiedenis tot aan de inname door de Perzen in 539 v.C. aan bod en dit in de bredere context van de geschiedenis van het Tweestromenland vanaf het begin van het derde millennium v.C. . De oudste tekst waarin de stad wordt vermeld dateert van het midden van het derde millennium maar het is pas rond 1792 v.C. dat de stad een belangrijke rol gaat spelen als hoofdstad van een wereldrijk in het Nabije Oosten onder Hammurapi. Onder diens opvolgers brokkelt dat wereldrijk af en boet de stad ook in aan politieke betekenis. Het blijft niettemin een grote culturele en religieuze betekenis behouden onder de Kassitische vorsten (1595-1155) en de tweede dynastie van Isin (1158-1027). Spijkerschriftteksten uit deze periodes getuigen van de religieuze betekenis van de stad als centrum van de god Marduk die was uitgegroeid tot de belangrijkste godheid van het Mesopotamische pantheon. Na een periode van chaos aan het begin van het eerste millennium breekt in 627/6 een nieuwe bloeiperiode aan voor Babylon tijdens het Neo-Babylonische rijk (626-539) waarvan Nebukadnezar II (605-562) de belangrijkste vorst was. Onder zijn bewind groeide het Babylonische rijk uit tot een wereldrijk dat het hele Nabije Oosten beheerste. Het rijk werd onder zijn opvolger Nabonid (555-539) ten val gebracht door de Perzen. In het tweede hoofdstuk gaat de aandacht naar de topografie van de grootstad. De auteur doet daartoe een beroep op al het beschikbare bronnenmateriaal terzake: de resultaten van archeologische opgravingen, de teksten van de klassieke auteurs (Herodotus, Ctesias via Diodorus Siculus, Strabo, Curtius Rufus en Flavius Philostratus) en tenslotte de spijkerschriftteksten. In het derde hoofdstuk gaat de auteur nader in op de perceptie van Babylon bij de Grieken en de Joden. Voor de Grieken riep Babylon het beeld op van een oosterse sprookjesstad met gigantische afmetingen waarin bovendien maar liefst twee van de zeven wereldwonderen te bezichtigen waren: de hangende tuinen en reusachtige omwalling van de stad. In latere lijsten van wereldwonderen werd deze laatste vervangen door de vuurtoren van Alexandrië. Uitvoerig wordt daarbij nader ingegaan op de hangende tuinen waarvan het bestaan zelf door sommige moderne wetenschappers in twijfel wordt getrokken. Ook aan minder positieve geluiden in de klassieke literatuur waarin Babylon tijdens de Hellenistisch-Romeinse periode als een zo goed als verlaten plaats wordt bestempeld, wordt de nodige aandacht besteed. Bij de Joden overheerste een negatief imago van Babylon. Het verhaal van de toren van Babel als voorbeeld van een door God bestrafte menselijke hybris en de Babylonische gevangenschap speelden in deze beeldvorming een belangrijke rol. Het vierde en laatste hoofdstuk is gewijd aan de lotgevallen van de stad na de inname door de Perzen en het voortleven van de stad in de moderne beeldende kunsten, muziek en literatuur. Dat Babylon ook in de opera geen onbelangrijke rol heeft gespeeld is de auteur blijkbaar ontgaan. De legendarische Babylonische koningin Semiramis werd het onderwerp van een zeventigtal operas waarvan deze van Rossini uit 1823 wel de best bekende is. En met Nabucco (afgekorte naam van Nebukadnezar) waaruit zelfs de spreekwoordelijke man op de straat het beroemde slavenkoor Va pensiero kan meeneuriën, behaalde Verdi in 1842 zijn eerste triomf. Voor wie in een relatief kort bestek al het wetenswaardige over Babylon wil terugvinden is dit vlot geschreven boek beslist een aanrader.

Robert DUTHOY 

Afbeelding

Bibliografische gegevens

Tom Boiy, Babylon. De echte stad en de mythe. Leuven, Davidsfonds 2010. 106 blz. 22,50 €.